Monday, May 19, 2008

Huilende reuzen

De natrium straat verlichting voert een verloren strijd tegen de dreigende schemering. Haar warme rode gloed is duidelijk niet opgewassen tegen het machtige donker van de oprukkende nacht. Het zijn de schaduwen van mijn mede weggebruikers en de betonnen infrastructuur die de werkelijkheid bepalen. Het regent pijpen stelen en de al niet al te fortuinlijke Vlaamse autosnelweg is veranderd in een ware hindernisbaan. Mijn trouwe stalenros - uit het land van de reizende zon - kan het niet deren. Het beestje blijft almaar schreeuwen om meer, meer en nog eens meer bij de lichtste polsbeweging. Zo als het een rauwe masochistische jap betaamt, bedelt ze om mishandeld te worden. Met een beschaafde 160 op de klok stuiven we door het landschap, een landschap dat volledig gehuld is in een grote waas van rood licht en een opengebarsten wolk aan spray.

We zijn zowaar in een nieuwe dimensie beland. Het ons vertrouwde ruimte tijd continuüm heeft zich zodanig vervormd, dat de link met het bekende verloren is gegaan. Vreemd genoeg ruikt het er wel naar vochtig gras en natte koeien. Desalniettemin speelt de tijd zich wel degelijk vertraagd af en bestaat het waarneembare spectrum enkel uit haar reflectie van grijs tonen opgefleurd met wat rood, geel en wit licht.

Zonder verdere communicatie voel ik aan dat het beestje wel eens dorstig zou kunnen zijn. In het holst van de nacht arriveren we bij een verlaten drinkplaats. Mijn intuïtie had het bij het rechte eind, zestien grote slokken verder is ze voldaan. In een toevallig opgehangen lantaarn zie ik pas hoe hard het water werkelijk uit de hemel komt. Het geluid van een langs trekkende karavaan huilende reuzen geeft me een herkenbaar prettig gevoel. Dit is ons thuis, de schijnbaar verlaten prairies van de nacht.

Als een gelukkige eenzame cowboy bestijg ik mijn Japanse volbloed en geeft haar de sporen richting het einde van de horizon. Als dank voor de zojuist genoten heldere versnapering maakt ze een paar voorzichtige sprongetjes van geluk. Samen zijn we oppermachtig!, geen enkele vreemdeling zal ons hier verassen, dit is immers ons domein.
Af en toe spelen we een spelletje met een toevallige Belg of landgenoot, al is dit alles maar schijn. Want zodra we ze goed en wel op de korrel hebben is het erop en erover.

De goden strooien nog steeds rijkelijk met Engelse honden en katten terwijl in de wazige uithoeken van mijn gezichtsveld de groene bordjes voorbij druppelen. Evenals de geblokte markering en metalen vangnetten niks meer dan een ‘blurry’ optekening zonder duidelijk structuur zijn. Het eindeloze duister bepaald de koers. Spoorlijnen, viaducten, steden, bruggen en tunnels passeren ons in een flits. Bij een van de vele toevallige ondergrondse schrapen we de keel nog maar eens luid. Lekker! Het blijft bewonderenswaardig hoe een goed stukje akoestiek zo’n oer gevoel van euforie teweeg kan brengen, mits afgespeeld onder exact juiste omstandigheden.

De koude leegte maakt plaats voor de warmte van een slapende stad. Alsof we zojuist in een lauw bad gevallen zijn voelen we duidelijk de temperatuur die door de rustende kudde wordt uitgeademd. Toch is het niet enkel rust wat de klok slaat alhier. Enkele minder gelukkige reisgenoten versmallen de doorgang als een rivier bij laag water ook niet haar volle capaciteit heeft. Het maakt ook eigenlijk niet uit. Want zoals altijd weten wij de weg. Met de scherpte van een uil die reeds op vele tientallen meters zijn prooi ‘spot’ vinden we zoals altijd een mooi hazenpad erdoor of omheen.

Ik vang de typerende geur van ons tijdelijk onderkomen op, ook mijn metgezel krijgt er lucht van. Samen zetten we de laatste eindsprint in. De wereld staat stil, enkel wij bewegen ons in volle galop door een ruimte zonder tijd, maar vol van obstakels. Als een dief in de nacht bepaal ik de maat van de muziek. Van de lage ronkende tonen bij rood licht, tot de oorverdovende hoge tonen bij een paar meter vrije bestrating.

Echte liefde vergaat niet, ze zal er altijd zijn. Wellicht zal het vuur met de loop der jaren wat aan vermogen doen inboeten, toch zal ze nooit doven.

De slaap roept, een vroeg waken verteld mijn verstand. Morgen lachen we weer samen om de realiteit en als het even kan, vervormen we haar tot ze enkel nog een lachwekkende vertoning, die voor ons niet opgaat zal zijn.

-Bremme-


No comments:

Post a Comment