Sunday, March 30, 2008
Tuesday, March 25, 2008
Mysterieus toevallig
Het uurwerk aan de wand vertelt een verhaal van bijna 3 uur in de nacht. Wat een reis wat een avonturen. Wat een coole party was dit dan! Ik neem het er nog even van aangezien een ruime week van eenzame opsluiting voor de boeg staat.
30 kleine buttons, 2 maal 15 neon armbanden/kettingen, één stoffen pluche bloem, twee stokken speelkaarten, een of ander glitter goedje, een stuk of 30 licht gevende sterren (ja, in het donker ja) en o ja, Plak Tattoos. Wat de FUCK moet ik met al deze zooi!? Het ‘kassa meisje’ zag me al aankomen bij de plaatselijke ‘dollar store’, proest. Alhoewel ik nog geen idee heb wat mijn mysterieuze ‘Alice in het land der mysteries outfit’ zal worden. En of de zojuist aangeschafte prullaria van enige toegevoegde waarde zullen blijken. De genoten voorpret maakt het eigenlijk al de moeite waard. Als een klein kind, wat zojuist z’n verjaardagscadeautje heeft mogen uitpakken, loop ik met een grote grijns door het kloppend hart van deze oude studentikoze nederzetting. Dit lijkt misschien maar een niks zeggend voorbeeld. Toch zijn dit wel momenten die er toe doen, zomaar even uit de routine stappen en daarmee in het moment, al was het maar van korte duur. Gewoon de prachtige idioterie beleven van een - niet met voorbedachte raden opgezette - impuls aankoop.
Mooi, mijn trein arriveert lekker op schema, nog even een sigaretje roken dan maar. “Hej Yunes, wat een toeval man, onwaarschijnlijk! Hoe is ’t met u?” Nog voordat ik het goed en wel in de gaten heb zit ik met drie zingende en gitaarspelende ‘zotte Belgen’ in de trein, ‘t moet niet veel gekker worden, de rest van de coupe lijkt dezelfde mening te zijn toebedeeld. Vervolgens wordt er een spelletje gespeeld: de president, de burgemeester, de flik en de slet, (wat dit dan ook moge betekenen) om de tijd tot onze volgende tussenstop wat te doden. Ik ga nog even langs mijn pa. “Tot subiet!”
Het verlaten perron, de vooralsnog laatste trein richting Arnhem vertrekt, een kleine massa spoed zich huiswaarts door het halfduister, dit moet het eindpunt zijn denkt hij. Elk stukje is bekend, elk stukje heeft zijn eigen verhaal en associaties, maar toch is niks meer hetzelfde als toen.
De te overbruggen afstand bedraagt niet meer dan, laat zeggen, één zesde uur, het verhaal is vele jaren langer. De korte wandeling voelt zo als vaker aan als een reis door de tijd, verleden en toekomst versmelten in het hier en nu, terwijl het bochtige weggetjes de koers bepaalt. De stilte is prettig.
Die villa hebben ze echt mooi opgeknapt. Het wegsnoeien van de heg geeft het pand zo veel meer allure. Even omkijken, de kust is veilig, en verder aan de overkant. Langs de bejaarden, het leuke groene autootje, die ‘über geile amerikaan’, door het straatje met de leuke kleine huisjes waar de combinatie van het straatlicht en de bomen altijd een mysterieuze indruk achter laten. Een man – die toevallig de hond uitlaat – groet vriendelijk, ik knik vriendelijk terug. Ik vraag me af of Tiel eigenlijk wel een eigen identiteit heeft? Wat die dan zou zijn? Zijn er überhaupt mensen die trots zijn op deze stad? Of is het meer een toevallig bij elkaar geveegd zootje van verdwaalde fruittelers, gestrande kooplieden, een mengelmoesje van multicult[h]ilariteit en een steeds groter wordende groep yuppen en tweeverdieners aan de randen van de stad? Toch is er wel degelijk een verbond, deze grond heeft een zeker aandeel in mijn verleden, mijn ervaringen en daarmee in mij. Overwinningen zijn hier gevierd, verlies is genomen.
Aan het einde van het smalle straatje, aan de overkant van de grote weg, prijkt reeds een gigantisch bord van een projectontwikkelaar. Het einde is inzicht, zo voelt het tenminste. Hoe vaak zou hij deze tocht nog maken en wat zal er gebeuren als de GBGW straks niet meer is? Het einde van een tijdperk misschien, of is dit verbond niet verbonden aan plaatst dan wel tijd, zal het er altijd zijn?
Zullen de vriendschappen en herinneringen aan de horizon verdwijnen, zoals de bezoekers van de vele feestjes zich huiswaarts begaven op de vroege ochtend dan wel middag, weg van hier, weg van deze vergeten Betuwse vestiging. Iets in mij zegt me dat het niet zo zal gaan, dat deze vriendschappen er altijd zullen zijn. Sommige van ons zullen misschien een ander pad kiezen, anderen zullen dezelfde weg bewandelen. Toch zullen we allemaal in hetzelfde bos lopen en, al naar gelang elkaars pad kruizen, dezelfde koers volgen en elkaar de weg wijzen naar de mooiste plekjes van het bos.
Maar daar waren we nog niet.
Sinds de eerste voorzichtige aankondiging werden de plannen gesmeed, de koppen bij elkaar gestoken om deze onvergetelijke nachtelijke samenzwering in kaart te brengen. Er werd geen middel geschuwd om – onder het mom van, leuke mensen maken een nog leuker feest – te verkondigen wat er op touw stond.
Dat dit feest de parel zelf zou zijn ‘and beyond’.
De vlaggen hangen uit en er staat iets dat op een kleine rij lijkt voor de deur te wachten, al doet dit alles niet vermoeden dat er zich binnen de muren van deze ruïne een complete ‘fantasy wereld’ bevindt. Ik word gegrepen door een atmosfeer van de meest fantasievolle figuren evenals de kleuren van de te pas en te onpas opgehangen verlichting en muur kunst vertoningen. Mijn creatieve uitspatting, die me de afgelopen week een groot gedeelte van mijn nachtrust en studie motivatie heeft ontnomen, wordt met verbazing en grote blijdschap ontvangen. Een schot in de roos, precies zo als het bedoeld was, fijn! Ik groet hier en daar wat mensen en zet koers richting een koude alcoholische versnapering. Kloek, op een mooi feestje dan maar.
Was het een mysterieuze toevalligheid, of was het mysterieus toevallig? Als je terug gaat naar de bron zul je ontdekken dat zulks als toeval niet waar kan zijn. Dat alle leuke mensen die je hier ontmoette of weer eens sprak, alle dol dwaze zotheid aan een touwtje, alle meevoerende tonen van hoog tot laag op de beat of uit de drums zich precies volgens plan aan het oog van u, u als toeschouwer voltrokken. ’t Plan – zoals ik het nu maar even noem - hadden we reeds samen opgesteld. Maar goed, dit wordt misschien al wat te filosofisch, daar zal ik in een ander verhaal op terug moeten komen, nu terug naar de totale zotheid van dit onvergetelijke tweemaal dubbel uitgevoerd verjaringslustrum.
Ondanks mijn verwoede inspanningen word ik niet als zodanig herkend, waar ik dan ook wel weer in kan komen. Mijn knal groene handdoek cape en kinky masker of zonnebril neigen meer naar een of andere geflipte superheld dan iets dat op een
hartenkoning lijkt. Vooruit, de poging was goed.
Onze Poolse vrienden - voor de gelegenheid speciaal overgevlogen uit Warschau - bijten de spits af. Opwarmende beats en een vette gouden zonnebril voorzien van dito lach geven een scherpe voorzet naar de ongekende hoogte die deze party niet veel later zal bereiken.
Er gaan geruchten dat de ingeslagen voorraad van onze goudgele gefleste vrienden tegen zijn einde loopt. Gelukkig weet de organisatie deze kleine mis calculatie enigszins te herstellen door voor nog een tiental extra kratten te zorgen. Wie verzint het nou dat er voor 2 uur al 912 flesjes soldaat gemaakt zouden worden.
Was het de tovenaar, het mooie bloemen meisje of toch de machtige energie van een nacht bij volle maan wat het feest in een betoverende wereld veranderde? Er wordt met en zonder woorden gecommuniceerd. Terwijl de voetjes - al was het met gepaste voorzichtigheid - van de vloer gaan. De wet van de aantrekking doet zijn werk, het gelijke zal het gelijke aantrekken. Misschien zit ik niet helemaal op dezelfde golflengte, ach de nacht is nog lang.
Een wirwar van indrukken passeren de revue. Tovenaars, keizers, koningen, prinsen en prinsesjes, elfjes, hoge hoeden, maskers, brillen, gekleurde haar- en hoofdversieringen, freaks (ja, ’t waren er veel), gespuis, Elvis (the one and only), farao’s, konijntjes en hazen (sommige wat lafjes), een overvol blik amazones, zelfs roodkapje zie ik lopen, het opperhoofd is ook present, een gast met een badjas (ik ben z’n werkelijke bedoeling even kwijt), catwoman, een uitbundige reus met helm, strakke snor en bijbehorende zonnebril en meer niet nader te definiëren creaties.
“Verstaat u mij!?” Na de eerste paar zinnen is onze Vlaamse vriend al goed op stoom. “Hej dj, drop den beat, maar wel een beetje zachtjes als ge wilt.” De totale beleving van het moment en wat hier aan vooraf ging wordt op volle snelheid op het inmiddels mee ‘bounzende’ publiek afgevuurd. Het spel eindigt met zijn interpretatie van ‘leipe shit ouwe’, prachtig!, een Belg die over een stukje plat Amsterdamse cult flowt.
Ondanks dat het huis op deze avond meerdere de moeite waard zijnde vertrekken omvat, bevind ik me toch voornamelijk in de ‘grote zaal’ also known as Ara’s en Sanne’s huiskamers. De sfeer is super, mede te danken aan de geweldige dj’s die er op de line up staan. Als ik eenmaal de smaak goed en wel te pakken heb, is het einde echt zoek.
Mijn meegebrachte buttons en neon armbanden vinden gretig aftrek, mm ik had er veel meer mee moeten nemen. Desalniettemin, het gewenste effect mag er zijn, waar ik ook kijk overal zie ik wel mensen met neon licht, nice.
Al dansend verstrijken de kleine uurtjes van deze paaselijke zondag. Op het podium wordt het me wat al te heet onder de voeten, ik zoek dekking. Wat voorzichtige shuffle moves worden aan het recept toegevoegd, wat me mijns inziens niet eens zo slecht af gaat. Dance on baby!
Ik word wakker op een - eigenlijk wel iets te kleine - bank en kom er achter dat ik toch wel echt in slaap gevallen moet zijn. Aan de geluiden die me tegemoet komen maak ik op dat ik niet de enige ben die het vroege middag licht mag ervaren. Mijn droge mond en lichtelijk prikkende ogen fluisteren me naar een glas water toe. Mmm een ‘echt’ bed, toch nog maar even een oogje dicht doen dan. Sssttt.
De keuken heeft wat weg van een drink- en voederplaats die zojuist door een kudde dronken en hongerige bizons bestormd is. De rest van het huis is er al niet veel beter aan toe. Aan mij en de rest van het achtergebleven hoopje feest- en grapjurken de schone taak om dit slagveld op te kalavaterren. Wat beslist niet meevalt met een kop als een kanonschot, daarbij te bedenken dat alle joligheid van de afgelopen nacht nog vers in het geheugen zat en ik bij het minste of geringste compleet de slappe lach krijg, wat mijn arme hoofd ook niet veel goed doet. Terwijl ’t grootste feestvarken nog maar even een paar extra vouwen in ‘t gezicht slaapt loop ik met een dweil in de rondte te vegen ten gunste van een schoner vertrek van eerder genoemde.
Nu het meeste puin geruimd is het tijd voor het betere ‘lamme sleep- en hangwerk’. Een verkwikkend bakkie cafeïne en een broodje kaas doen me al wat meer mens voelen. De buit wordt verdeeld, een memorabel gebeuren allemaal, het is me wel duidelijk dat nog niet iedereen op volle snelheid is. Ara’s gezicht spreekt boekdelen, nadat hij eerst het grootste gedeelte krijgt toebedeeld om het vervolgens weer tot op het laatste stukje edelmetaal te moeten afstaan. Als een uitgerold tapijt lig ik op de grond en probeer niet al te hard te lachen om de serieuze aard van het schouwspel niet al teveel te ondermijnen.
Het opperhoofd deelt mijn mening dat het wulpse dans gedrag van een zeker aantal amazones toch echt te ver ging. “Volgens mij doen ze het gewoon expres.” Een bewonderenswaardig uitgevoerde imitatie van een van hen doet me bijna van mijn stoel vallen van het lachen. De stemming wordt nog wat verder opgeschroefd bij het aanschouwen van de eerst ‘party pics’. Een prima ‘hangdag’ is mijn deel.
Lekker gedenkwaardig zo’n feestje.
-Bremme-
30 kleine buttons, 2 maal 15 neon armbanden/kettingen, één stoffen pluche bloem, twee stokken speelkaarten, een of ander glitter goedje, een stuk of 30 licht gevende sterren (ja, in het donker ja) en o ja, Plak Tattoos. Wat de FUCK moet ik met al deze zooi!? Het ‘kassa meisje’ zag me al aankomen bij de plaatselijke ‘dollar store’, proest. Alhoewel ik nog geen idee heb wat mijn mysterieuze ‘Alice in het land der mysteries outfit’ zal worden. En of de zojuist aangeschafte prullaria van enige toegevoegde waarde zullen blijken. De genoten voorpret maakt het eigenlijk al de moeite waard. Als een klein kind, wat zojuist z’n verjaardagscadeautje heeft mogen uitpakken, loop ik met een grote grijns door het kloppend hart van deze oude studentikoze nederzetting. Dit lijkt misschien maar een niks zeggend voorbeeld. Toch zijn dit wel momenten die er toe doen, zomaar even uit de routine stappen en daarmee in het moment, al was het maar van korte duur. Gewoon de prachtige idioterie beleven van een - niet met voorbedachte raden opgezette - impuls aankoop.
Mooi, mijn trein arriveert lekker op schema, nog even een sigaretje roken dan maar. “Hej Yunes, wat een toeval man, onwaarschijnlijk! Hoe is ’t met u?” Nog voordat ik het goed en wel in de gaten heb zit ik met drie zingende en gitaarspelende ‘zotte Belgen’ in de trein, ‘t moet niet veel gekker worden, de rest van de coupe lijkt dezelfde mening te zijn toebedeeld. Vervolgens wordt er een spelletje gespeeld: de president, de burgemeester, de flik en de slet, (wat dit dan ook moge betekenen) om de tijd tot onze volgende tussenstop wat te doden. Ik ga nog even langs mijn pa. “Tot subiet!”
Het verlaten perron, de vooralsnog laatste trein richting Arnhem vertrekt, een kleine massa spoed zich huiswaarts door het halfduister, dit moet het eindpunt zijn denkt hij. Elk stukje is bekend, elk stukje heeft zijn eigen verhaal en associaties, maar toch is niks meer hetzelfde als toen.
De te overbruggen afstand bedraagt niet meer dan, laat zeggen, één zesde uur, het verhaal is vele jaren langer. De korte wandeling voelt zo als vaker aan als een reis door de tijd, verleden en toekomst versmelten in het hier en nu, terwijl het bochtige weggetjes de koers bepaalt. De stilte is prettig.
Die villa hebben ze echt mooi opgeknapt. Het wegsnoeien van de heg geeft het pand zo veel meer allure. Even omkijken, de kust is veilig, en verder aan de overkant. Langs de bejaarden, het leuke groene autootje, die ‘über geile amerikaan’, door het straatje met de leuke kleine huisjes waar de combinatie van het straatlicht en de bomen altijd een mysterieuze indruk achter laten. Een man – die toevallig de hond uitlaat – groet vriendelijk, ik knik vriendelijk terug. Ik vraag me af of Tiel eigenlijk wel een eigen identiteit heeft? Wat die dan zou zijn? Zijn er überhaupt mensen die trots zijn op deze stad? Of is het meer een toevallig bij elkaar geveegd zootje van verdwaalde fruittelers, gestrande kooplieden, een mengelmoesje van multicult[h]ilariteit en een steeds groter wordende groep yuppen en tweeverdieners aan de randen van de stad? Toch is er wel degelijk een verbond, deze grond heeft een zeker aandeel in mijn verleden, mijn ervaringen en daarmee in mij. Overwinningen zijn hier gevierd, verlies is genomen.
Aan het einde van het smalle straatje, aan de overkant van de grote weg, prijkt reeds een gigantisch bord van een projectontwikkelaar. Het einde is inzicht, zo voelt het tenminste. Hoe vaak zou hij deze tocht nog maken en wat zal er gebeuren als de GBGW straks niet meer is? Het einde van een tijdperk misschien, of is dit verbond niet verbonden aan plaatst dan wel tijd, zal het er altijd zijn?
Zullen de vriendschappen en herinneringen aan de horizon verdwijnen, zoals de bezoekers van de vele feestjes zich huiswaarts begaven op de vroege ochtend dan wel middag, weg van hier, weg van deze vergeten Betuwse vestiging. Iets in mij zegt me dat het niet zo zal gaan, dat deze vriendschappen er altijd zullen zijn. Sommige van ons zullen misschien een ander pad kiezen, anderen zullen dezelfde weg bewandelen. Toch zullen we allemaal in hetzelfde bos lopen en, al naar gelang elkaars pad kruizen, dezelfde koers volgen en elkaar de weg wijzen naar de mooiste plekjes van het bos.
Maar daar waren we nog niet.
Sinds de eerste voorzichtige aankondiging werden de plannen gesmeed, de koppen bij elkaar gestoken om deze onvergetelijke nachtelijke samenzwering in kaart te brengen. Er werd geen middel geschuwd om – onder het mom van, leuke mensen maken een nog leuker feest – te verkondigen wat er op touw stond.
Dat dit feest de parel zelf zou zijn ‘and beyond’.
De vlaggen hangen uit en er staat iets dat op een kleine rij lijkt voor de deur te wachten, al doet dit alles niet vermoeden dat er zich binnen de muren van deze ruïne een complete ‘fantasy wereld’ bevindt. Ik word gegrepen door een atmosfeer van de meest fantasievolle figuren evenals de kleuren van de te pas en te onpas opgehangen verlichting en muur kunst vertoningen. Mijn creatieve uitspatting, die me de afgelopen week een groot gedeelte van mijn nachtrust en studie motivatie heeft ontnomen, wordt met verbazing en grote blijdschap ontvangen. Een schot in de roos, precies zo als het bedoeld was, fijn! Ik groet hier en daar wat mensen en zet koers richting een koude alcoholische versnapering. Kloek, op een mooi feestje dan maar.
Was het een mysterieuze toevalligheid, of was het mysterieus toevallig? Als je terug gaat naar de bron zul je ontdekken dat zulks als toeval niet waar kan zijn. Dat alle leuke mensen die je hier ontmoette of weer eens sprak, alle dol dwaze zotheid aan een touwtje, alle meevoerende tonen van hoog tot laag op de beat of uit de drums zich precies volgens plan aan het oog van u, u als toeschouwer voltrokken. ’t Plan – zoals ik het nu maar even noem - hadden we reeds samen opgesteld. Maar goed, dit wordt misschien al wat te filosofisch, daar zal ik in een ander verhaal op terug moeten komen, nu terug naar de totale zotheid van dit onvergetelijke tweemaal dubbel uitgevoerd verjaringslustrum.
Ondanks mijn verwoede inspanningen word ik niet als zodanig herkend, waar ik dan ook wel weer in kan komen. Mijn knal groene handdoek cape en kinky masker of zonnebril neigen meer naar een of andere geflipte superheld dan iets dat op een
hartenkoning lijkt. Vooruit, de poging was goed.
Onze Poolse vrienden - voor de gelegenheid speciaal overgevlogen uit Warschau - bijten de spits af. Opwarmende beats en een vette gouden zonnebril voorzien van dito lach geven een scherpe voorzet naar de ongekende hoogte die deze party niet veel later zal bereiken.
Er gaan geruchten dat de ingeslagen voorraad van onze goudgele gefleste vrienden tegen zijn einde loopt. Gelukkig weet de organisatie deze kleine mis calculatie enigszins te herstellen door voor nog een tiental extra kratten te zorgen. Wie verzint het nou dat er voor 2 uur al 912 flesjes soldaat gemaakt zouden worden.
Was het de tovenaar, het mooie bloemen meisje of toch de machtige energie van een nacht bij volle maan wat het feest in een betoverende wereld veranderde? Er wordt met en zonder woorden gecommuniceerd. Terwijl de voetjes - al was het met gepaste voorzichtigheid - van de vloer gaan. De wet van de aantrekking doet zijn werk, het gelijke zal het gelijke aantrekken. Misschien zit ik niet helemaal op dezelfde golflengte, ach de nacht is nog lang.
Een wirwar van indrukken passeren de revue. Tovenaars, keizers, koningen, prinsen en prinsesjes, elfjes, hoge hoeden, maskers, brillen, gekleurde haar- en hoofdversieringen, freaks (ja, ’t waren er veel), gespuis, Elvis (the one and only), farao’s, konijntjes en hazen (sommige wat lafjes), een overvol blik amazones, zelfs roodkapje zie ik lopen, het opperhoofd is ook present, een gast met een badjas (ik ben z’n werkelijke bedoeling even kwijt), catwoman, een uitbundige reus met helm, strakke snor en bijbehorende zonnebril en meer niet nader te definiëren creaties.
“Verstaat u mij!?” Na de eerste paar zinnen is onze Vlaamse vriend al goed op stoom. “Hej dj, drop den beat, maar wel een beetje zachtjes als ge wilt.” De totale beleving van het moment en wat hier aan vooraf ging wordt op volle snelheid op het inmiddels mee ‘bounzende’ publiek afgevuurd. Het spel eindigt met zijn interpretatie van ‘leipe shit ouwe’, prachtig!, een Belg die over een stukje plat Amsterdamse cult flowt.
Ondanks dat het huis op deze avond meerdere de moeite waard zijnde vertrekken omvat, bevind ik me toch voornamelijk in de ‘grote zaal’ also known as Ara’s en Sanne’s huiskamers. De sfeer is super, mede te danken aan de geweldige dj’s die er op de line up staan. Als ik eenmaal de smaak goed en wel te pakken heb, is het einde echt zoek.
Mijn meegebrachte buttons en neon armbanden vinden gretig aftrek, mm ik had er veel meer mee moeten nemen. Desalniettemin, het gewenste effect mag er zijn, waar ik ook kijk overal zie ik wel mensen met neon licht, nice.
Al dansend verstrijken de kleine uurtjes van deze paaselijke zondag. Op het podium wordt het me wat al te heet onder de voeten, ik zoek dekking. Wat voorzichtige shuffle moves worden aan het recept toegevoegd, wat me mijns inziens niet eens zo slecht af gaat. Dance on baby!
Ik word wakker op een - eigenlijk wel iets te kleine - bank en kom er achter dat ik toch wel echt in slaap gevallen moet zijn. Aan de geluiden die me tegemoet komen maak ik op dat ik niet de enige ben die het vroege middag licht mag ervaren. Mijn droge mond en lichtelijk prikkende ogen fluisteren me naar een glas water toe. Mmm een ‘echt’ bed, toch nog maar even een oogje dicht doen dan. Sssttt.
De keuken heeft wat weg van een drink- en voederplaats die zojuist door een kudde dronken en hongerige bizons bestormd is. De rest van het huis is er al niet veel beter aan toe. Aan mij en de rest van het achtergebleven hoopje feest- en grapjurken de schone taak om dit slagveld op te kalavaterren. Wat beslist niet meevalt met een kop als een kanonschot, daarbij te bedenken dat alle joligheid van de afgelopen nacht nog vers in het geheugen zat en ik bij het minste of geringste compleet de slappe lach krijg, wat mijn arme hoofd ook niet veel goed doet. Terwijl ’t grootste feestvarken nog maar even een paar extra vouwen in ‘t gezicht slaapt loop ik met een dweil in de rondte te vegen ten gunste van een schoner vertrek van eerder genoemde.
Nu het meeste puin geruimd is het tijd voor het betere ‘lamme sleep- en hangwerk’. Een verkwikkend bakkie cafeïne en een broodje kaas doen me al wat meer mens voelen. De buit wordt verdeeld, een memorabel gebeuren allemaal, het is me wel duidelijk dat nog niet iedereen op volle snelheid is. Ara’s gezicht spreekt boekdelen, nadat hij eerst het grootste gedeelte krijgt toebedeeld om het vervolgens weer tot op het laatste stukje edelmetaal te moeten afstaan. Als een uitgerold tapijt lig ik op de grond en probeer niet al te hard te lachen om de serieuze aard van het schouwspel niet al teveel te ondermijnen.
Het opperhoofd deelt mijn mening dat het wulpse dans gedrag van een zeker aantal amazones toch echt te ver ging. “Volgens mij doen ze het gewoon expres.” Een bewonderenswaardig uitgevoerde imitatie van een van hen doet me bijna van mijn stoel vallen van het lachen. De stemming wordt nog wat verder opgeschroefd bij het aanschouwen van de eerst ‘party pics’. Een prima ‘hangdag’ is mijn deel.
Lekker gedenkwaardig zo’n feestje.
-Bremme-
Friday, March 21, 2008
Speedfreaks!
Wat is het toch dat ‘deze mensen’ behelst? Als maar opzoek naar, door de ogen van anderen, onnodig gevaar, snelheid, een bepaalde kick, die o zo lekker adrenaline stoot.
De naald van de toerentellen richting de 13.000 rpm, een geweldige snerp uit de uitlaat, een versnelling die je het licht uit de ogen doet verdwijnen. Precies het juiste rempunt vinden, lekker agressief aanremmen, gelijktijdig met enkele ferme tikken, liefst voorzien van een goede dot tussengas, de bak een paar verzetjes lager dirigeren en daarmee de vier zuigers een toontje hoger laten zingen, één bil van het zadel, knietje naar buiten, en koers zetten richting de apex van de bocht terwijl je de grassprietjes aan de binnenkant telt. En als het even kan met een voorzichtig liftend voorwieltje uit accelereren. Fantastisch!
Al vanaf dat ik mijn eerste stapjes zette alhier had ik ‘het’ te pakken. Als klein mannetje van een jaar of drie vier deinsde ik er niet voor terug om in de hoogste bomen te klimmen, met losse handen op mijn zojuist verkregen BMX te experimenteren, altijd net dat beetje verder, sneller, hoger dan een ander. Maar altijd met volle aandacht, bedachtzaam en gecontroleerd. Later vroeg ik mijn moeder wel eens of ze nooit bang geweest was dat mij iets zou overkomen. ‘Een beetje angstig soms wel’: zei ze, zoals het een beschermend moeder gevoel betaamt, maar je deed en doet de dingen altijd met een zodanige overtuiging en aandacht dat ik me er nooit zorgen om gemaakt heb dat je over je grenzen heen zou gaan.
Zomaar een vrije zondag middag, die je ook prima kan besteden aan een beetje bankhangen, een boekje lezen of een wandeling maken. Niet dat ik dat nooit doe, maar eens in de zoveel tijd voel ik toch die behoefte om me even lekker ‘uit te leven’. ‘Verstand op nul’ wordt wel eens gezegd en dat dekt de lading eigenlijk ook wel vrij aardig. Behalve dan dat deze uitspraak de neiging heeft onbezonnenheid ermee te associëren. Daar ben ik het dan weer niet mee eens, integendeel zelfs, of tenminste in mijn geval heb ik juist het gevoel dat ik volledig aanwezig ben tijdens mijn laagvliegende avonturen.
Zoals mijn vriend Aragorn reeds eerder sprak; ‘zodra je die helm op zet ben je een ander persoon, weg principes, weg verantwoordelijkheidsgevoel (zo lijkt het tenminste) en aanschouw ‘the devil himself’’. (in dit geval ging het over een andere trouw lid van het ‘gilde der stalen rossen’ namelijk; Rodolphe aka ‘der snoedel’). De limiet, dat is waar het om gaat en er dan zo dicht mogelijk bij in de buurt komen.
Foei Bremme, wordt toch eens volwassen, denk ik dan weleens. Wanneer zal ik genoeg rust in mezelf vinden om deze totale gekte niet meer nodig te hebben? Ooit, op een goede dag zal ik mijn racelaarzen aan de wilgen hangen en een mooie Harley-Davidson aanschaffen en enkel nog suffe doch stoere ritjes over de boulevards maken, denk ik dan. Tot die tijd is ‘the sky the limit’.
Omdat ik mezelf onder bovengenoemde ‘groep mensen’ (speedfreaks) schaar, leek het me interessant om eens op onderzoek uit te gaan. Enigszins ‘getriggerd’ door een zeker boek wat ik onlangs gelezen heb ging ik aan de slag.
Eindelijk snapte ik waar het om ging en kon ik mezelf ermee identificeren.
Ik zal een en ander even inleiden, aangezien dit misschien wat onduidelijk over doet komen. Stel dat ons idee van tijd een hersenspinsel is van het verstand. Dat je enkel totale eenheid en vreugde kan ervaren buiten dit zogenoemde ‘idee’, namelijk in het (eeuwige) moment, wat door het eerder genoemde verstand stellig ontkend wordt. Ik weet dat dit misschien wat al te kort door de bocht is, het gaat hier dan ook niet om een dieper inzicht in de hierboven genoemde theorie maar om een korte voorstelling.
Misschien kan je bij jezelf eens nagaan, wat de momenten waren waarin je totale vreugde mocht ervaren? Ik denk dat als je hier goed over nadenkt dat je zult ontdekken dat dit momenten waren waarin je met algehele aandacht aanwezig was in het moment zelf. De eerste kus met je vriendinnetje/vriendje, een al dan niet zwaar bevochten overwinning, of misschien wel een prachtig inzicht in jezelf of de wereld om je heen, intrigerende woorden bij het licht van een kampvuurtje, betoverende schoonheid gevangen in een flits, en ja, misschien ook wel (lichtelijk) gedrogeerde momenten waarin het verstand wat minder grip op de zaak kreeg, en haar fundament van tijd opgedeeld in verleden en toekomst liet varen.
Ik denk dat hierin weleens mijn ‘drive’ voor dergelijke strapatsen gevonden kan zijn. Immers op het randje van kunnen, van mens en machine kun je het gewoon niet permitteren om een fractie van een seconde niet volledig aanwezig te zijn. Tweehonderd plus kilometers per uur betekend wel vijftig plus meters per seconde (Ja, ik blijf een – al was het een toekomstig – ingenieur) en dan staat die ene fractie ineens voor een afstand van enkele tientallen meters, die wel degelijk van belang zijn, aangezien de weg een vooraf opgestelde koers volgt waarmee je, om niet tot motorcrosser of buikschuiver te degraderen, rekening dient te houden.
Is dit alles nou goed of slecht? Weetje, ik denk niet dat zoiets feitelijk bestaat. Zo als met meer dingen, het gaat erom waar je heen wilt, wie je wilt zijn. Al naar gelang die keuze is het misschien minder praktisch om een bepaalde richting te kiezen. Als je zin in een kopje koffie hebt, en je schenkt wat jus d’orange in, ervaar je misschien niet helemaal de beleving waar je naar op zoek was. Dat maakt een glas jus d’orange toch niet slecht? Alleen minder handig om te ervaren waar je naar op zoek was. En zo is het ook in deze. Vooralsnog beleef ik er veel plezier aan om de grenzen van mijn kunnen af te tasten en in volledige concentratie op zoek te gaan naar ‘deze’ beleving van het moment. Tot dit op een dag niet meer zo is.
-Bremme-
De naald van de toerentellen richting de 13.000 rpm, een geweldige snerp uit de uitlaat, een versnelling die je het licht uit de ogen doet verdwijnen. Precies het juiste rempunt vinden, lekker agressief aanremmen, gelijktijdig met enkele ferme tikken, liefst voorzien van een goede dot tussengas, de bak een paar verzetjes lager dirigeren en daarmee de vier zuigers een toontje hoger laten zingen, één bil van het zadel, knietje naar buiten, en koers zetten richting de apex van de bocht terwijl je de grassprietjes aan de binnenkant telt. En als het even kan met een voorzichtig liftend voorwieltje uit accelereren. Fantastisch!
Al vanaf dat ik mijn eerste stapjes zette alhier had ik ‘het’ te pakken. Als klein mannetje van een jaar of drie vier deinsde ik er niet voor terug om in de hoogste bomen te klimmen, met losse handen op mijn zojuist verkregen BMX te experimenteren, altijd net dat beetje verder, sneller, hoger dan een ander. Maar altijd met volle aandacht, bedachtzaam en gecontroleerd. Later vroeg ik mijn moeder wel eens of ze nooit bang geweest was dat mij iets zou overkomen. ‘Een beetje angstig soms wel’: zei ze, zoals het een beschermend moeder gevoel betaamt, maar je deed en doet de dingen altijd met een zodanige overtuiging en aandacht dat ik me er nooit zorgen om gemaakt heb dat je over je grenzen heen zou gaan.
Zomaar een vrije zondag middag, die je ook prima kan besteden aan een beetje bankhangen, een boekje lezen of een wandeling maken. Niet dat ik dat nooit doe, maar eens in de zoveel tijd voel ik toch die behoefte om me even lekker ‘uit te leven’. ‘Verstand op nul’ wordt wel eens gezegd en dat dekt de lading eigenlijk ook wel vrij aardig. Behalve dan dat deze uitspraak de neiging heeft onbezonnenheid ermee te associëren. Daar ben ik het dan weer niet mee eens, integendeel zelfs, of tenminste in mijn geval heb ik juist het gevoel dat ik volledig aanwezig ben tijdens mijn laagvliegende avonturen.
Zoals mijn vriend Aragorn reeds eerder sprak; ‘zodra je die helm op zet ben je een ander persoon, weg principes, weg verantwoordelijkheidsgevoel (zo lijkt het tenminste) en aanschouw ‘the devil himself’’. (in dit geval ging het over een andere trouw lid van het ‘gilde der stalen rossen’ namelijk; Rodolphe aka ‘der snoedel’). De limiet, dat is waar het om gaat en er dan zo dicht mogelijk bij in de buurt komen.
Foei Bremme, wordt toch eens volwassen, denk ik dan weleens. Wanneer zal ik genoeg rust in mezelf vinden om deze totale gekte niet meer nodig te hebben? Ooit, op een goede dag zal ik mijn racelaarzen aan de wilgen hangen en een mooie Harley-Davidson aanschaffen en enkel nog suffe doch stoere ritjes over de boulevards maken, denk ik dan. Tot die tijd is ‘the sky the limit’.
Omdat ik mezelf onder bovengenoemde ‘groep mensen’ (speedfreaks) schaar, leek het me interessant om eens op onderzoek uit te gaan. Enigszins ‘getriggerd’ door een zeker boek wat ik onlangs gelezen heb ging ik aan de slag.
Eindelijk snapte ik waar het om ging en kon ik mezelf ermee identificeren.
Ik zal een en ander even inleiden, aangezien dit misschien wat onduidelijk over doet komen. Stel dat ons idee van tijd een hersenspinsel is van het verstand. Dat je enkel totale eenheid en vreugde kan ervaren buiten dit zogenoemde ‘idee’, namelijk in het (eeuwige) moment, wat door het eerder genoemde verstand stellig ontkend wordt. Ik weet dat dit misschien wat al te kort door de bocht is, het gaat hier dan ook niet om een dieper inzicht in de hierboven genoemde theorie maar om een korte voorstelling.
Misschien kan je bij jezelf eens nagaan, wat de momenten waren waarin je totale vreugde mocht ervaren? Ik denk dat als je hier goed over nadenkt dat je zult ontdekken dat dit momenten waren waarin je met algehele aandacht aanwezig was in het moment zelf. De eerste kus met je vriendinnetje/vriendje, een al dan niet zwaar bevochten overwinning, of misschien wel een prachtig inzicht in jezelf of de wereld om je heen, intrigerende woorden bij het licht van een kampvuurtje, betoverende schoonheid gevangen in een flits, en ja, misschien ook wel (lichtelijk) gedrogeerde momenten waarin het verstand wat minder grip op de zaak kreeg, en haar fundament van tijd opgedeeld in verleden en toekomst liet varen.
Ik denk dat hierin weleens mijn ‘drive’ voor dergelijke strapatsen gevonden kan zijn. Immers op het randje van kunnen, van mens en machine kun je het gewoon niet permitteren om een fractie van een seconde niet volledig aanwezig te zijn. Tweehonderd plus kilometers per uur betekend wel vijftig plus meters per seconde (Ja, ik blijf een – al was het een toekomstig – ingenieur) en dan staat die ene fractie ineens voor een afstand van enkele tientallen meters, die wel degelijk van belang zijn, aangezien de weg een vooraf opgestelde koers volgt waarmee je, om niet tot motorcrosser of buikschuiver te degraderen, rekening dient te houden.
Is dit alles nou goed of slecht? Weetje, ik denk niet dat zoiets feitelijk bestaat. Zo als met meer dingen, het gaat erom waar je heen wilt, wie je wilt zijn. Al naar gelang die keuze is het misschien minder praktisch om een bepaalde richting te kiezen. Als je zin in een kopje koffie hebt, en je schenkt wat jus d’orange in, ervaar je misschien niet helemaal de beleving waar je naar op zoek was. Dat maakt een glas jus d’orange toch niet slecht? Alleen minder handig om te ervaren waar je naar op zoek was. En zo is het ook in deze. Vooralsnog beleef ik er veel plezier aan om de grenzen van mijn kunnen af te tasten en in volledige concentratie op zoek te gaan naar ‘deze’ beleving van het moment. Tot dit op een dag niet meer zo is.
-Bremme-
Mijn verveling tegemoet
Vervelen, dat lijkt me ook wel wat. Volgens mij is het best leuk! Zou alleen niet weten waar te beginnen. Vervelen is één van die dingen waar ik wel vaker mensen over hoor, maar me eigenlijk totaal geen voorstelling van kan maken. Hoe pak je zoiets nou goed aan? Volgens mij, of in ieder geval dat heb ik van horen zeggen, kan je het prima in je eentje doen. Alhoewel, een schijnbaar saaie aangelegenheid zich ook prima doet lenen. De kunst is volgens mij, om niks te doen en zo één twee drie ook niks te weten wat je zou kunnen ondernemen, en je dan hieraan proberen te storen!? Dat is ongeveer zover als mijn voorstellingsvermogen reikt in deze.
Vervelen lijkt mij te zijn afgeleid van vervelend of iets dergelijks. Dat dan weer impliceert dat het niet leuk zou zijn. Vreemd, het klinkt me anders vooralsnog als een prima tijdsbesteding - op z’n tijd - in de oren. Misschien is het vervelen an sich ook wel prima, maar is het meer de manier waarop je het beleefd? Het lijkt er ook op dat mensen die zich zo nu en dan eens vervelen dit ook ongepland doen, alsof het ze gewoon overkomt. Ik kan me zo voorstellen dat wanneer je het niet uit vrije wil ervaart, het je misschien wat meer moeite kost om er plezier aan te beleven, dan wanneer je er bewust voor kiest om je eens lekker te gaan vervelen. Maar goed.
Laat ik nog even verder ingaan op het idee van; dat je jezelf eraan zou moeten storen. Na er zoëven over nagedacht te hebben lijkt mij dit overduidelijk de ‘boosdoener’ te zijn van het feit; dat het een minder aangename ervaring met zich mee zou kunnen brengen. Het verlangen naar iets wat je op voorhand al uitgesloten hebt legt je geest immers in een mentale verwikkeling. Mijns inziens zijn er eigenlijk maar twee ‘handige’ keuzes namelijk; enerzijds aanvaard een situatie zo als hij is en anderzijds verander deze, indien je die mogelijkheid hebt. Al het andere is totaal mesjokke, maar dit terzijde. Dit betekent dus dat je er enkel plezier aan kunt beleven als je voor de verveling zelf kiest en niet voor wat het niet is.
Je kan het ook zo bekijken, het is op zich een hele kunst om niks te doen laat staan aan niks te denken. Wat ook beide zeker zijn waarde heeft, die misschien door een hoop mensen over het hoofd gezien wordt. En als je vervelen dan definieert als een tijd van niks doen en enkel te zijn, wat we voor het gemak ook maar even onder niks doen verstaan. Dan is het eigenlijk wel een hele prestatie.
Zoals ik in meer dingen ze graag tot een inzicht of in ieder geval een positieve les maak, staat deze definitie me ook wel aan. Verveling als een bijzondere prestatie in plaats van een vervelende toevallige gebeurtenis. En waar een meer algemene omschrijving iets in de geest van nutteloos tijdverdrijf omschrijft zie ik het meer als een zeker talent.
Aangemoedigd door de vele onder ons die dit 'talent' reeds bezitten heb ook ik vandaag een poging gedaan tot vervelen. Aangezien ik nog totaal onervaren ben op dit gebied, dacht ik, ik moet het grondig aanpakken wil het enige kans van slagen hebben. Om te beginnen moet ik in mijn situatie vooral niet thuis zijn, omdat ik hier veels te veel zaken heb die ik zou kunnen ondernemen. Stedelijke bebouwing vormen ook een potentieel gevaar, vanwege allerlei diensten en vormen van amusement die ze aanbieden redeneerde ik. De beste plek, zou dus een plek zijn van zo veel mogelijk niks. Dat leek me dan ook wel weer logisch, aangezien je er namelijk ook niks zou gaan doen. Ook zou ik er voor moeten zorgen dat ik genoeg eten en drinken bij me zou hebben om ook niet door een primaire levensbehoefte te worden afgeleid van mijn intentie.
En zo geschiedde. Vol goede moed ging ik op weg – met enkel de hoogst noodzakelijke kostbaarheden - mijn verveling tegemoet. Eenmaal op locatie aangekomen, beviel het me eigenlijk gelijk al. Mijn vermoede dat in het schijnbare niks van de verveling een prettige beleving van grote waarde schuil ging was hiermee bevestigd. Na een zeker aantal uren te hebben rondgehangen op mijn zojuist gedoopte ‘verveel locatie’ leek mij dit voldoende om mijn eerste verveel poging als een succesvol experiment te bestempelen.
-Bremme-
Tuesday, March 11, 2008
Wat een leven
Gasten zonder grenzen, Wat een leven!
Een samensmelting van euforie, wat een energie, de crowd gaat helemaal los op de laatste beats van Jake. De lichten, wat een kleuren, de beat maakt ons allen één. Één met de muziek, met elkaar, en de vibe, hier zijn geen woorden voor.
Mijn ‘partner in crime’ para Aras, beklimt de hoogste berg die hij kan vinden en beantwoord elke creatie uit Jake’s handen met een onnavolgbare shuffle. Op deze hoogte wordt het spel gespeeld, en wat een spel. Een spel tussen de ‘man at the decks’, zijn achterban op het podium – ik ben één van hen -, Aras op eenzame hoogte en een uitzinnige massa at ‘ground level’ onder het dak van deze prachtige zonnetempel. Mijn verstand staakt tijdelijk haar eeuwige strijd op zoek naar tijd en logica. ’t Moment is wat er rest, zonder begin en zonder eind, wat een leven!
Zestien grote zwembanden in een klein rechthoekig kamertje. De eerste paar uurtjes zitten erop, ik begin al aardig in de stemming te raken, lekker. Nielle, Laintje en Gaddiëlle zitten zich comfortabel op de organisatorische hersenspinsels wat voor zitmeubilair moet doorgaan. Plof, ook Livia vindt een prettig zetel. Ontspannen conversaties volgen. Flits, overal muggen, zoemmmm zzzzoemm, Jonny probeerd uit alle macht deze parasieten van zich af te houden dan wel te verdrijven. Maar dat blijkt het plan niet te zijn. Flits, Zwemmen, roepen Olly en zijn broer, misschien zeiden ze dat niet eens. Toch was dat wel de eerste associatie, terwijl ze lachend inclusief zwemband om hun middel in het kleine kamertje staan.
"Ik kom van een andere planeet hier ver vandaan, en op een dag zal ik weer terug keren naar waarvan ik kom. Ik kan niet wachten tot ik weer die vrijheid zal ervaren van verplaatsing over miljoenen lichtjaren enkel bij één gedacht."
Dat is wel een stuk praktischer inderdaad.
Waar the fuck is para? Wat fiets geleend, is ie wel helemaal goed?
‘What happend to you man’, je ziet eruit als een verzopen kat, gek. Ja, dacht ga toch nog even bij Benny langs, maar bedacht me na vijf minuten dat het eigenlijk wel regende op zich en een jas misschien ook wel een idee geweest was. Proest, Ara je bent een aap.
Hej, kan je misschien wat voor me doen? Tuurlijk geen probleem, waar kan ik je mee van dienst zijn. Oke, kan je misschien typen; ‘waar ben je’? Alsjeblieft! Dankje, door jouw heb ik vanavond misschien nog sex. (Joh, wat de fuck, die gast ziet ze echt vliegen. )
I think you have some partying to do buddy, enjoy.
Waar houd creatie op en begint leven? Enigszins verbaasd door de onverwachte diepgang, haak ik in op het gesprek. Ik denk niet dat je leven kan creëren, al hoewel het zeker een interessante vraag is. Wat is dan het verschil tussen, door mensen handen gecreëerd bewustzijn en bewustzijn zo als wij dat kennen of zo als dieren dat ervaren? De toon is gezet, niet gedacht dat ik hier nog mensen tegen het lijf zou lopen met talenten en interesse van dit kaliber. Wil je misschien een massage? Vindt je dat leuk dan? Ja hoor, ik doe het graag. Als ik nou een vorm van kunstmatige intelligentie creëer, dan mag jij een mechanische vorm ontwerpen om dit ‘nieuwe’ bewustzijn stoffelijk te maken. Deal!
‘t Dak gaat er nu echt af! Het onwennige gevoel van de eerste middag uurtjes is in geen trappengat of barkruk meer te bekennen. Trefzeker laat ik me meevoeren op het spectrum aan geluiden uit de speakers. De muziek en ik zijn niet langer van elkaar gescheiden evenals de mensen, ze hebben elkaar gevonden en elkaar onvoorwaardelijk de liefde verklaard. De hele set-up zo als hij zich op dit moment af speelt, geeft me een oneindig gevoel van vrijheid. De dansende en lachende mensen om me heen bevestigen dat ook zei dit zelfde gevoel zijn toebedeeld.
We zitten helemaal achter in de bus op een klein bankje wat doorgaans voor opstapje doorgaat, naar het hoger gelegen meubilair.
Mijn ‘state of mind at the moment’ is; best wel ‘easy going’, moe maar voldaan na een prachtig feessie. Een aantal lotgenoten doen een poging tot een kleine afterparty in de vorm van wat softe beats uit een telefoon speaker.
Wat binnen de muren van de tempel niet van de grond kwam, speelt zich nu plotsklaps ongedwongen af. Woorden en vragen vervult van interesse, een vleugje humor op z’n tijd en respect worden gedeeld.
‘Ik vond het erg gezellig,zie je de 22ste’. Ja, ik ben erbij. Fijne avond nog.
Zzzoemmm, o ja, trein, trein, nice heb nog een fatsoenlijke verbinding ook.
In tijden niet zo’n vet feestje meegemaakt, mijn dank is groot!
Quote: ‘De waarden die we willen vertegenwoordigen zijn die waarden die volgens ons de basis vormen van de oorspronkelijke House: liefde, plezier, respect en eenheid.’
-De Gasten-
I rest my case.
Een samensmelting van euforie, wat een energie, de crowd gaat helemaal los op de laatste beats van Jake. De lichten, wat een kleuren, de beat maakt ons allen één. Één met de muziek, met elkaar, en de vibe, hier zijn geen woorden voor.
Mijn ‘partner in crime’ para Aras, beklimt de hoogste berg die hij kan vinden en beantwoord elke creatie uit Jake’s handen met een onnavolgbare shuffle. Op deze hoogte wordt het spel gespeeld, en wat een spel. Een spel tussen de ‘man at the decks’, zijn achterban op het podium – ik ben één van hen -, Aras op eenzame hoogte en een uitzinnige massa at ‘ground level’ onder het dak van deze prachtige zonnetempel. Mijn verstand staakt tijdelijk haar eeuwige strijd op zoek naar tijd en logica. ’t Moment is wat er rest, zonder begin en zonder eind, wat een leven!
Zestien grote zwembanden in een klein rechthoekig kamertje. De eerste paar uurtjes zitten erop, ik begin al aardig in de stemming te raken, lekker. Nielle, Laintje en Gaddiëlle zitten zich comfortabel op de organisatorische hersenspinsels wat voor zitmeubilair moet doorgaan. Plof, ook Livia vindt een prettig zetel. Ontspannen conversaties volgen. Flits, overal muggen, zoemmmm zzzzoemm, Jonny probeerd uit alle macht deze parasieten van zich af te houden dan wel te verdrijven. Maar dat blijkt het plan niet te zijn. Flits, Zwemmen, roepen Olly en zijn broer, misschien zeiden ze dat niet eens. Toch was dat wel de eerste associatie, terwijl ze lachend inclusief zwemband om hun middel in het kleine kamertje staan.
"Ik kom van een andere planeet hier ver vandaan, en op een dag zal ik weer terug keren naar waarvan ik kom. Ik kan niet wachten tot ik weer die vrijheid zal ervaren van verplaatsing over miljoenen lichtjaren enkel bij één gedacht."
Dat is wel een stuk praktischer inderdaad.
Waar the fuck is para? Wat fiets geleend, is ie wel helemaal goed?
‘What happend to you man’, je ziet eruit als een verzopen kat, gek. Ja, dacht ga toch nog even bij Benny langs, maar bedacht me na vijf minuten dat het eigenlijk wel regende op zich en een jas misschien ook wel een idee geweest was. Proest, Ara je bent een aap.
Hej, kan je misschien wat voor me doen? Tuurlijk geen probleem, waar kan ik je mee van dienst zijn. Oke, kan je misschien typen; ‘waar ben je’? Alsjeblieft! Dankje, door jouw heb ik vanavond misschien nog sex. (Joh, wat de fuck, die gast ziet ze echt vliegen. )
I think you have some partying to do buddy, enjoy.
Waar houd creatie op en begint leven? Enigszins verbaasd door de onverwachte diepgang, haak ik in op het gesprek. Ik denk niet dat je leven kan creëren, al hoewel het zeker een interessante vraag is. Wat is dan het verschil tussen, door mensen handen gecreëerd bewustzijn en bewustzijn zo als wij dat kennen of zo als dieren dat ervaren? De toon is gezet, niet gedacht dat ik hier nog mensen tegen het lijf zou lopen met talenten en interesse van dit kaliber. Wil je misschien een massage? Vindt je dat leuk dan? Ja hoor, ik doe het graag. Als ik nou een vorm van kunstmatige intelligentie creëer, dan mag jij een mechanische vorm ontwerpen om dit ‘nieuwe’ bewustzijn stoffelijk te maken. Deal!
‘t Dak gaat er nu echt af! Het onwennige gevoel van de eerste middag uurtjes is in geen trappengat of barkruk meer te bekennen. Trefzeker laat ik me meevoeren op het spectrum aan geluiden uit de speakers. De muziek en ik zijn niet langer van elkaar gescheiden evenals de mensen, ze hebben elkaar gevonden en elkaar onvoorwaardelijk de liefde verklaard. De hele set-up zo als hij zich op dit moment af speelt, geeft me een oneindig gevoel van vrijheid. De dansende en lachende mensen om me heen bevestigen dat ook zei dit zelfde gevoel zijn toebedeeld.
We zitten helemaal achter in de bus op een klein bankje wat doorgaans voor opstapje doorgaat, naar het hoger gelegen meubilair.
Mijn ‘state of mind at the moment’ is; best wel ‘easy going’, moe maar voldaan na een prachtig feessie. Een aantal lotgenoten doen een poging tot een kleine afterparty in de vorm van wat softe beats uit een telefoon speaker.
Wat binnen de muren van de tempel niet van de grond kwam, speelt zich nu plotsklaps ongedwongen af. Woorden en vragen vervult van interesse, een vleugje humor op z’n tijd en respect worden gedeeld.
‘Ik vond het erg gezellig,zie je de 22ste’. Ja, ik ben erbij. Fijne avond nog.
Zzzoemmm, o ja, trein, trein, nice heb nog een fatsoenlijke verbinding ook.
In tijden niet zo’n vet feestje meegemaakt, mijn dank is groot!
Quote: ‘De waarden die we willen vertegenwoordigen zijn die waarden die volgens ons de basis vormen van de oorspronkelijke House: liefde, plezier, respect en eenheid.’
-De Gasten-
I rest my case.
Thursday, March 6, 2008
Subscribe to:
Comments (Atom)






































