Het uurwerk aan de wand vertelt een verhaal van bijna 3 uur in de nacht. Wat een reis wat een avonturen. Wat een coole party was dit dan! Ik neem het er nog even van aangezien een ruime week van eenzame opsluiting voor de boeg staat.
30 kleine buttons, 2 maal 15 neon armbanden/kettingen, één stoffen pluche bloem, twee stokken speelkaarten, een of ander glitter goedje, een stuk of 30 licht gevende sterren (ja, in het donker ja) en o ja, Plak Tattoos. Wat de FUCK moet ik met al deze zooi!? Het ‘kassa meisje’ zag me al aankomen bij de plaatselijke ‘dollar store’, proest. Alhoewel ik nog geen idee heb wat mijn mysterieuze ‘Alice in het land der mysteries outfit’ zal worden. En of de zojuist aangeschafte prullaria van enige toegevoegde waarde zullen blijken. De genoten voorpret maakt het eigenlijk al de moeite waard. Als een klein kind, wat zojuist z’n verjaardagscadeautje heeft mogen uitpakken, loop ik met een grote grijns door het kloppend hart van deze oude studentikoze nederzetting. Dit lijkt misschien maar een niks zeggend voorbeeld. Toch zijn dit wel momenten die er toe doen, zomaar even uit de routine stappen en daarmee in het moment, al was het maar van korte duur. Gewoon de prachtige idioterie beleven van een - niet met voorbedachte raden opgezette - impuls aankoop.
Mooi, mijn trein arriveert lekker op schema, nog even een sigaretje roken dan maar. “Hej Yunes, wat een toeval man, onwaarschijnlijk! Hoe is ’t met u?” Nog voordat ik het goed en wel in de gaten heb zit ik met drie zingende en gitaarspelende ‘zotte Belgen’ in de trein, ‘t moet niet veel gekker worden, de rest van de coupe lijkt dezelfde mening te zijn toebedeeld. Vervolgens wordt er een spelletje gespeeld: de president, de burgemeester, de flik en de slet, (wat dit dan ook moge betekenen) om de tijd tot onze volgende tussenstop wat te doden. Ik ga nog even langs mijn pa. “Tot subiet!”
Het verlaten perron, de vooralsnog laatste trein richting Arnhem vertrekt, een kleine massa spoed zich huiswaarts door het halfduister, dit moet het eindpunt zijn denkt hij. Elk stukje is bekend, elk stukje heeft zijn eigen verhaal en associaties, maar toch is niks meer hetzelfde als toen.
De te overbruggen afstand bedraagt niet meer dan, laat zeggen, één zesde uur, het verhaal is vele jaren langer. De korte wandeling voelt zo als vaker aan als een reis door de tijd, verleden en toekomst versmelten in het hier en nu, terwijl het bochtige weggetjes de koers bepaalt. De stilte is prettig.
Die villa hebben ze echt mooi opgeknapt. Het wegsnoeien van de heg geeft het pand zo veel meer allure. Even omkijken, de kust is veilig, en verder aan de overkant. Langs de bejaarden, het leuke groene autootje, die ‘über geile amerikaan’, door het straatje met de leuke kleine huisjes waar de combinatie van het straatlicht en de bomen altijd een mysterieuze indruk achter laten. Een man – die toevallig de hond uitlaat – groet vriendelijk, ik knik vriendelijk terug. Ik vraag me af of Tiel eigenlijk wel een eigen identiteit heeft? Wat die dan zou zijn? Zijn er überhaupt mensen die trots zijn op deze stad? Of is het meer een toevallig bij elkaar geveegd zootje van verdwaalde fruittelers, gestrande kooplieden, een mengelmoesje van multicult[h]ilariteit en een steeds groter wordende groep yuppen en tweeverdieners aan de randen van de stad? Toch is er wel degelijk een verbond, deze grond heeft een zeker aandeel in mijn verleden, mijn ervaringen en daarmee in mij. Overwinningen zijn hier gevierd, verlies is genomen.
Aan het einde van het smalle straatje, aan de overkant van de grote weg, prijkt reeds een gigantisch bord van een projectontwikkelaar. Het einde is inzicht, zo voelt het tenminste. Hoe vaak zou hij deze tocht nog maken en wat zal er gebeuren als de GBGW straks niet meer is? Het einde van een tijdperk misschien, of is dit verbond niet verbonden aan plaatst dan wel tijd, zal het er altijd zijn?
Zullen de vriendschappen en herinneringen aan de horizon verdwijnen, zoals de bezoekers van de vele feestjes zich huiswaarts begaven op de vroege ochtend dan wel middag, weg van hier, weg van deze vergeten Betuwse vestiging. Iets in mij zegt me dat het niet zo zal gaan, dat deze vriendschappen er altijd zullen zijn. Sommige van ons zullen misschien een ander pad kiezen, anderen zullen dezelfde weg bewandelen. Toch zullen we allemaal in hetzelfde bos lopen en, al naar gelang elkaars pad kruizen, dezelfde koers volgen en elkaar de weg wijzen naar de mooiste plekjes van het bos.
Maar daar waren we nog niet.
Sinds de eerste voorzichtige aankondiging werden de plannen gesmeed, de koppen bij elkaar gestoken om deze onvergetelijke nachtelijke samenzwering in kaart te brengen. Er werd geen middel geschuwd om – onder het mom van, leuke mensen maken een nog leuker feest – te verkondigen wat er op touw stond.
Dat dit feest de parel zelf zou zijn ‘and beyond’.
De vlaggen hangen uit en er staat iets dat op een kleine rij lijkt voor de deur te wachten, al doet dit alles niet vermoeden dat er zich binnen de muren van deze ruïne een complete ‘fantasy wereld’ bevindt. Ik word gegrepen door een atmosfeer van de meest fantasievolle figuren evenals de kleuren van de te pas en te onpas opgehangen verlichting en muur kunst vertoningen. Mijn creatieve uitspatting, die me de afgelopen week een groot gedeelte van mijn nachtrust en studie motivatie heeft ontnomen, wordt met verbazing en grote blijdschap ontvangen. Een schot in de roos, precies zo als het bedoeld was, fijn! Ik groet hier en daar wat mensen en zet koers richting een koude alcoholische versnapering. Kloek, op een mooi feestje dan maar.
Was het een mysterieuze toevalligheid, of was het mysterieus toevallig? Als je terug gaat naar de bron zul je ontdekken dat zulks als toeval niet waar kan zijn. Dat alle leuke mensen die je hier ontmoette of weer eens sprak, alle dol dwaze zotheid aan een touwtje, alle meevoerende tonen van hoog tot laag op de beat of uit de drums zich precies volgens plan aan het oog van u, u als toeschouwer voltrokken. ’t Plan – zoals ik het nu maar even noem - hadden we reeds samen opgesteld. Maar goed, dit wordt misschien al wat te filosofisch, daar zal ik in een ander verhaal op terug moeten komen, nu terug naar de totale zotheid van dit onvergetelijke tweemaal dubbel uitgevoerd verjaringslustrum.
Ondanks mijn verwoede inspanningen word ik niet als zodanig herkend, waar ik dan ook wel weer in kan komen. Mijn knal groene handdoek cape en kinky masker of zonnebril neigen meer naar een of andere geflipte superheld dan iets dat op een
hartenkoning lijkt. Vooruit, de poging was goed.
Onze Poolse vrienden - voor de gelegenheid speciaal overgevlogen uit Warschau - bijten de spits af. Opwarmende beats en een vette gouden zonnebril voorzien van dito lach geven een scherpe voorzet naar de ongekende hoogte die deze party niet veel later zal bereiken.
Er gaan geruchten dat de ingeslagen voorraad van onze goudgele gefleste vrienden tegen zijn einde loopt. Gelukkig weet de organisatie deze kleine mis calculatie enigszins te herstellen door voor nog een tiental extra kratten te zorgen. Wie verzint het nou dat er voor 2 uur al 912 flesjes soldaat gemaakt zouden worden.
Was het de tovenaar, het mooie bloemen meisje of toch de machtige energie van een nacht bij volle maan wat het feest in een betoverende wereld veranderde? Er wordt met en zonder woorden gecommuniceerd. Terwijl de voetjes - al was het met gepaste voorzichtigheid - van de vloer gaan. De wet van de aantrekking doet zijn werk, het gelijke zal het gelijke aantrekken. Misschien zit ik niet helemaal op dezelfde golflengte, ach de nacht is nog lang.
Een wirwar van indrukken passeren de revue. Tovenaars, keizers, koningen, prinsen en prinsesjes, elfjes, hoge hoeden, maskers, brillen, gekleurde haar- en hoofdversieringen, freaks (ja, ’t waren er veel), gespuis, Elvis (the one and only), farao’s, konijntjes en hazen (sommige wat lafjes), een overvol blik amazones, zelfs roodkapje zie ik lopen, het opperhoofd is ook present, een gast met een badjas (ik ben z’n werkelijke bedoeling even kwijt), catwoman, een uitbundige reus met helm, strakke snor en bijbehorende zonnebril en meer niet nader te definiëren creaties.
“Verstaat u mij!?” Na de eerste paar zinnen is onze Vlaamse vriend al goed op stoom. “Hej dj, drop den beat, maar wel een beetje zachtjes als ge wilt.” De totale beleving van het moment en wat hier aan vooraf ging wordt op volle snelheid op het inmiddels mee ‘bounzende’ publiek afgevuurd. Het spel eindigt met zijn interpretatie van ‘leipe shit ouwe’, prachtig!, een Belg die over een stukje plat Amsterdamse cult flowt.
Ondanks dat het huis op deze avond meerdere de moeite waard zijnde vertrekken omvat, bevind ik me toch voornamelijk in de ‘grote zaal’ also known as Ara’s en Sanne’s huiskamers. De sfeer is super, mede te danken aan de geweldige dj’s die er op de line up staan. Als ik eenmaal de smaak goed en wel te pakken heb, is het einde echt zoek.
Mijn meegebrachte buttons en neon armbanden vinden gretig aftrek, mm ik had er veel meer mee moeten nemen. Desalniettemin, het gewenste effect mag er zijn, waar ik ook kijk overal zie ik wel mensen met neon licht, nice.
Al dansend verstrijken de kleine uurtjes van deze paaselijke zondag. Op het podium wordt het me wat al te heet onder de voeten, ik zoek dekking. Wat voorzichtige shuffle moves worden aan het recept toegevoegd, wat me mijns inziens niet eens zo slecht af gaat. Dance on baby!
Ik word wakker op een - eigenlijk wel iets te kleine - bank en kom er achter dat ik toch wel echt in slaap gevallen moet zijn. Aan de geluiden die me tegemoet komen maak ik op dat ik niet de enige ben die het vroege middag licht mag ervaren. Mijn droge mond en lichtelijk prikkende ogen fluisteren me naar een glas water toe. Mmm een ‘echt’ bed, toch nog maar even een oogje dicht doen dan. Sssttt.
De keuken heeft wat weg van een drink- en voederplaats die zojuist door een kudde dronken en hongerige bizons bestormd is. De rest van het huis is er al niet veel beter aan toe. Aan mij en de rest van het achtergebleven hoopje feest- en grapjurken de schone taak om dit slagveld op te kalavaterren. Wat beslist niet meevalt met een kop als een kanonschot, daarbij te bedenken dat alle joligheid van de afgelopen nacht nog vers in het geheugen zat en ik bij het minste of geringste compleet de slappe lach krijg, wat mijn arme hoofd ook niet veel goed doet. Terwijl ’t grootste feestvarken nog maar even een paar extra vouwen in ‘t gezicht slaapt loop ik met een dweil in de rondte te vegen ten gunste van een schoner vertrek van eerder genoemde.
Nu het meeste puin geruimd is het tijd voor het betere ‘lamme sleep- en hangwerk’. Een verkwikkend bakkie cafeïne en een broodje kaas doen me al wat meer mens voelen. De buit wordt verdeeld, een memorabel gebeuren allemaal, het is me wel duidelijk dat nog niet iedereen op volle snelheid is. Ara’s gezicht spreekt boekdelen, nadat hij eerst het grootste gedeelte krijgt toebedeeld om het vervolgens weer tot op het laatste stukje edelmetaal te moeten afstaan. Als een uitgerold tapijt lig ik op de grond en probeer niet al te hard te lachen om de serieuze aard van het schouwspel niet al teveel te ondermijnen.
Het opperhoofd deelt mijn mening dat het wulpse dans gedrag van een zeker aantal amazones toch echt te ver ging. “Volgens mij doen ze het gewoon expres.” Een bewonderenswaardig uitgevoerde imitatie van een van hen doet me bijna van mijn stoel vallen van het lachen. De stemming wordt nog wat verder opgeschroefd bij het aanschouwen van de eerst ‘party pics’. Een prima ‘hangdag’ is mijn deel.
Lekker gedenkwaardig zo’n feestje.
-Bremme-

No comments:
Post a Comment