Sunday, September 7, 2008

Één zomer

Voor wat noodzakelijk gemak de slippers nog maar even aan. Jonny Cash voor de goede herinneringen. Reconstructies van flitsen, lachende uitdrukkingen en prachtige plaatjes schieten van links naar rechts. Die vertrouwde kleuren: warm geel met wat eigentijds groen vertellen mij dat ik weer thuis ben. Anders aangenaam dekt de lading van een mooie zomer in woorden. Bewogen nachten die dagen werden, leken soms een andere wereld in het moment gevangen. Een prima tijdstip om even te recapituleren, het was een fijne zomer!

Deze keer zou hij het anders doen, wellicht wat controle opofferen en ‘just go with the flow’. De vele to-do lijstje werden verruild voor een goed gevulde partyagenda. Maar niet voordat het laatste tentamenfeestje voorspoedig doorstaan zou zijn. Op de valreep nog even de eerste echte tien van het jaar gescoord, lekker! Nu was het officieel: de zomer had haar aanvang gevonden.

’t Moet een uur of zeven zijn geweest, al was de tijd totaal ondergeschikt. Daar stond ze dan: de verweerde stenen vormden een plaatje van vergane glorie. De lucht gelijk een meesterwerk in perfecte verhouding en kleur. Verdwaalde zonnestralen schenen op het donkere groen van de metershoge klimop en maakte van de oude watertoren een idyllisch plaatje. Grote passen a la Roal Duke bepaalde zowel koers als snelheid. Een grote rugtas zorgde voor de nodige of onnodige supllies. Vreemd genoeg zaten er telkens weer andere en vaak nuttige voorwerpen in. Er moest een onzichtbare connectie bestaan. Of had ik alles dan toch zo goed voorbereid? Totale verwondering lag in een tijdloze fractie besloten. Na de uitgestrekte velden en enkele serieuze obstakels was daar het land van de rivier. Ondanks haar energie om complete steden te verplaatsen was het rust wat ze sprak. De avond werd bekroond met een bord pasta. Morgen weer kersen plukken, wat een leven!

Daar zaten we dan. Een prachtige zonsopgang onder toeziend oog van de oude metalen brug. De brug, die al sinds jaar en dag toegang gaf tot deze keizerlijke stad. In het vroege ochtendlicht tekende zich de gezichten af van misschien wel mijn beste vrienden. Stuk voor stuk bijzondere mensen, die ik uit het diepste van mijn hart respecteer en bewonder. De avond was begonnen bij, zoals het de traditie betaamt, het valkhof. Oftewel ons tweede thuis voor de resterende week. Energie als muziek en de opgewekte vrolijkheid van de mensen lieten ons opgaan in het leven van de vroege nacht. Om nadat de laatste toon geklonken had koers te zetten richten the old cave. Fijn afgestemde techno de buit.

De lijst van gezellige activiteiten was inmiddels haar begin verloren noch een einde was inzicht en ’t was pas juli. Verplaatsing of wellicht verandering voegde zich met de alom aanwezige zomerse vibe. M’n moeder in een dagje weer tot Nederlands ingezetene verklaart. Al is het theoretisch niet echt dichterbij, ’t idee is wel fijn. Afscheid van m’n broertje, die zijn kwaliteiten in India verder tot ontplooiing ging brengen. Vriend Ara’s die zich voorbereide op zijn grote avontuur. De dagen dat ik er nog voor hem kon zijn, terwijl ik zag dat ’t hem zichtbaar veel deed. Het blijven dynamische connecties, waarbij verandering van het één altijd het andere beïnvloeden.

Zo als het de schuivelkeizer past, vertrok hij – in tegenstelling tot andere – niet met de noorderzon. Nee! Er zou een klapper van een feest komen. Een oud, weliswaar gekraakt, Japans casino de locatie. Fear and loathing het thema. Een fijne line-up zo uit het hart van de scene zou de avond verder kleuren. En kleurrijk was het! De meest fantasievolle creaties zo van het witte doek geplukt druppelde van heinde en ver binnen. Gedeeld enthousiasme, vriendschap en natuurlijk de muziek maakte een prima feestje. Toch maar braaf naar huis, leek het plan. De onrust sloeg toe, deze zondag had andere plannen voor mij in petto. Na een beschamende fractie van de officiële 6 tot 8 uur vond ik mezelf alweer onderweg. De toekomst tegemoet, oftewel WTTF (Welcome To The Future). Een hele fijne set-up, gezelligheid en muziek in z’n meest pure vorm maakte er een bijzondere dag van.

Door de tijd bevind ik mij in een immens grote hal waar een wel erg vreemde vogel (Arend) de scepter zwaait. Er ligt een V8 met wat aandacht tekort en de halve inboedel van vriend Jensen. Chaos is wat er heerst deze dagen. Ondanks de ogenschijnlijk ellendige omstandigheden fluistert mijn intuïtie: dit zou weleens de voorbode voor een onvergetelijke vakantie kunnen zijn. Voor een brein wat vaker vasthoud aan controle en wetenschap vormt deze totale waanzin een interessante omschakeling. Na vijf lange dagen van zwarte handen, m’n koffie roeren met stukken gereedschap, spanningen hier en daar en weinig slaap is het dan zover. De V8 zit weer netjes in elkaar en ik heb tussen de bedrijven door ook nog dat stuk blauw op twee wielen wat zich Jensens motor noemt wat meer asfalt waardig gemaakt. Sziget, here we come!

Rond de ochtendspits arriveren we in Budapest. We rijden op eieren aangezien onze meest kostbare bezittingen in euro’s achter de voorstoelen staan. Ondanks dat we al zo’n 30 uur op/onderweg zijn, vinden we toch snel een gratis parkeerplek op loopafstand welteverstaan. Wij kunnen alles! Dit zal nog vaker blijken deze week. Doe mij maar een biertje, hopsa. Inmiddels drie dagen van god los. Ik lig een paar wakkere uurtjes voor. Het verkoelende water van de Donau, een fijne 30 graden en een strikt Aszok Arany dieet geven me energie voor een voltallig rugby elftal. Tegen de donderdag haalt de tijd mij in. Het ritme is totaal spoorloos, maar de pret is er niet minder om. Zoveel leuke mensen ontmoet, zo hard gelachen met alle idioten in ons kamp en de meest fijne bandjes en Dj’s beluisterd en bedanst. Voor het lichaam een taaie slijtageslag, totale ontspanning voor de geest. Pure zorgeloosheid zoals je die in je vroege jeugd kende. Een fijne wereld op zichzelf, volgend jaar weer!

Na wat verplichte revalidatie kwamen de alpen. Wat was het mooi, wat was het fijn! Bij het krieken van de dag m’n wellicht gebroken voet in de laarzen persen en laat de adrenaline maar stromen. Kilometers bochtig afvalt worden in volle galop verslonden. Heerlijk slingeren en bij vertrouwen tot diep in het rood doorhalen, onwaarschijnlijke hellingshoeken en rempunten voorbij het begrijpelijke. Het is eigenlijk net dansen.
Zo als je dat met muziek ook kunt hebben: totaal opgaan in het geluid, zo is het hier ook. Die machine wordt een verlengstuk van je handen. In een soort trance van concentratie bepaal jij de maat terwijl het leven met volle energie door je aderen stroomt. En dan de rust, het volle donker van de nacht, prachtige sterrenhemels en die typische alpen geur.

Één zomer, gelijk een heel leven voorbij, ook wel synoniem voor verandering. Net als de bladeren hun lichtgroene kleur inmiddels verruild hebben voor wat gelig bruin, ben ook ik veranderd. De reis van beleving heeft me wederom op onverwachte momenten verblijd, verrast en soms totaal in het ongewisse gelaten. Nog even de ogen dicht voor het moment. Ik voel de warmte van de zon weer op m’n gezicht, hoor de muziek uit de verte en zie m’n oude en nieuwe vrienden lachen en die mooie ogen…

Acht uur, de wekker gaat, damm! Een vers collegejaar roept m’n naam, ik kom eraan. Vreemd genoeg gaat de switch bijna vanzelfsprekend. Hopsa, daar staat ie weer: die jongen, die zomaar uit het niks naar Delft afreisde en tegenwoordig bij de top van z’n jaar hoort. En ik heb er zowaar nog zin in ook!


-Bremme-


Thursday, August 7, 2008

Nieuwe dimensies

Nieuwe dimensies
Ze waren er al
Als je goed kijk zie je ze overal

Je kunt ze vinden in het nu, als je de tijd hebt
Opzoek naar de magie van het moment
Met andere ogen

Gewoon doen zonder spijt
Dan is het puur
Wat is de wereld toch mooi

Tuesday, June 10, 2008

Rozen van beton

Drie elektronische bliepjes en een klein groen lampje doen de massieve poorten openen. Warm geserveerde techno stroomt ons overvloedig tegemoet. “Een weldaad voor u oren”, hoor ik mezelf lachen in gedachten. Verschuivende tonen lijken de weg te weten naar een verdwaald spoor. Tezamen verdwalen we in de krachtige energie van de beat, waar alleen de verschuivingen de weg verstaan. Reserves voor een lange winterslaap dansen zij aan zij door de nacht. Een hartelijk welkom de beloning van het moment.

Het kasteel schudde op haar grondvesten maar Roosje sliep er vredig doorheen. Enkel een zekere prins kon het verhaal zijn geplande afloop nog teruggeven. Een glimlach leek zich te kopiëren met haar wederhelft. Maar nog voor het rationele brein de woorden kon vinden had de veel snellere lage stroming het verhaal al verteld. Twee gezichten als een spiegel van de ziel. Twijfels en onmacht zullen de weg niet wijzen, ze zijn slechts mijlpalen van bewustwording, die wellicht informeren over het moment zelf maar geen besef van bestemming hebben.

Verdwaalde zandkorrels berichten over een heuse veldslag, die zelfs de keizer niet gespaard heeft. De strijd lijkt gestreden, enkel een weldadige oogst kan misschien nog redding bieden. Uitgestrekte zomerse velden dansend in een glas bieden enig soelaas. Voor sommige wellicht wat meer dan voor andere. Met het tappen van de bar neemt de grimas op het gezicht van Elvis steeds meer buiten proportionele vormen aan. Deze zal dan ook niet meer van zijn gelaat verdwijnen voor de resterende nacht.

De eerste helft is gespeeld, twee uur (pas) tekent ’t uurwerk op mijn gsm. Fijn! De verkoeling van de rust transformeert zich in een experimentele warmte in één van de kleinere vertrekken van het kasteel. Langzaam zijn het de tonen van de muziek die mijn motoriek overnemen. Eenmaal betoverd kan ik niet anders dan volgen, onze band zal alleen maar hechter worden, totdat de vroege dageraad de magie zal doen vervagen, bleek later.

“Nog één biertje dan”. Het is inmiddels iets wat pijnlijk duidelijk dat een nieuwe dag haar aanvang heeft gevonden. De Scherpte van het licht en een zachte achtergrond ruis herinneren aan een stevige marathon. Deze grond is o zo bekent, toch zie ik een vreemde als we elkaars blik kruisen. In mijn ooghoek zie ik ‘de man met de hamer’ staan, zich verschuilend achter een boom, hij heeft een flinke zak slaap bij en ik meen zowaar ook een kater aan zijn zijde te zien. Het is op dit uur van de dag bijna onmogelijk om nog op laag volume te communiceren, dus lijkt het me beter om nog een laatste vluchtpoging te ondernemen voordat de slaap ons inhaalt.

Een glas water en een bed vieren hun terechte overwinning. In de slapende realiteit van het moment gaat het sprookje verder. Opeens is er een zoem die zich steeds duidelijker manifesteert. Een reuze bei zoemt er op los en wijst me de weg naar de uitgang van de droom en zodra ik de deur door ga, open ik mijn ogen en realiseer me dat mijn telefoon gaat.
“Pepje!”
“Bremme, goede middag jongen”
“kwam je zo nog even helpen?”
“hoe laat is het dan?”
“kwart over drie”
“wow, is het al zo laat. Ik dacht dat het nog voor twaalven was”
“haha, zie ik je zo dan?”
“jep, kom er zo aan!”


Hopla! Ik spring een broek en een paar sokken aan en poog onder toeziend oog van de spiegel mijn verschijning wat te cultiveren. Een ontbijtje, kopje koffie en wellicht twintig minuten later wandel ik met een fijn zonnetje en verborgen glimlach richting Peppe’s residence. Ik pak een schep en begin vol goede moed een kruiwagen vol te laden. Mijn inspanningen worden gewaardeerd, de arme jongens hadden tenslotte al een halve vrachtwagen uit de tuin verplaats. Toch heeft de strooptocht van de afgelopen nacht wel degelijk zijn tol geëist. Maar ik laat mezelf natuurlijk niet kennen, zoals het een man in de kracht van zijn leven past, schep en krui ik met de snelheid van een klein Russisch leger door. Een warme douche van eerder toegediend vocht mijn deel. Al met al een prima anti ‘hang over’ remedie.

Na de echte douche is het tijd voor een koninklijk biertje. Het voormalige slagveld, wat zojuist weer haar rechtmatige titel van achtertuin heeft verkregen ons toneel. Een geïmproviseerd bankje, een halve stoel en een kleurrijke plant maken de sfeer. Losjes en ontspannen vormen op elkaar ingespeelde woorden verhalen van ervaringen en analogie, met vaker een licht dan een zwaar karakter. Een aangename zondagse vibe kleurt de resterende dag.

Uren later tref ik mezelf in de schaduw van een verlaten station aan. Wisselde kleuren weerspiegeld in grauw beton en modern hoekig metaal zijn de realiteit van hun schepper. Alhoewel ik meer van de authentieke bouwstijlen van weleer ben, met hun tijdloze energie, alsof er elk moment een stoomtrein zal arriveren. Maakt toevoeging van de juiste muziek er toch een fijn plaatje van. Ik geniet nog even na van beleefde avonturen en besluit mijn boek voor een kort dutje te verruilen.

-Bremme-



Sunday, May 25, 2008

Een leven van beide



Overpeinzende eenzaamheid, een moment van bezinning. Trillingen bij heldere hemel als schuimende golven in een woeste oceaan op een verlaten dinsdag in juni. De bomen langs het water rennen voorbij. De wind waait z’n wilde haren over z’n oren. Dwars door de avond, terwijl ze geen spier lijkt te vertrekken. Terugkerende gevoelens die ik wel begrijp maar niet snap. Toch voel ik warmte. Het zijn vaker de tegenstrijdigheden die het contrast bepalen in een leven van beide.

Vandaag was het zo’n dag, of eigenlijk was het er al enige tijd. De vragen die om antwoorden vroegen en de dagen die het onverschillig liet. Zijn intuïtie sloop op vertrouwde afstand mee in z’n kielzog. Slechts als de wind de juiste richting koos viel er iets uit de ruis die het leek te destilleren. De reis ontstond uit het niks, zijn ster was nog altijd rijzende naar onbekende bestemming. Maar de bestemming leek niet het doel te zijn. Ondanks dat er wel een onrustig verlangen naar een weten bestond, genoot hij van het uitzicht.

Zou hij het dan nu durven? Misschien voorzichtig maar oprecht, de dreigbrief van de onrust te ondervragen. Wie was de afzender, waar was ze gepost? Het handschrift leek op het zijne, maar de pen die het geschreven had sprak een andere taal. Misschien was het ondergeschikt. Zijn nieuwsgierige vingers gleden geruisloos over de opgedroogde inkt in de hoop een raadsel te ontcijferen. Elke letter leek zijn eigen betekenis te ontkennen. Het waren niet de letters die de klank toe fluisterde, het was het golvende lijnenspel dat ze creëerde waarin hij de geheime boodschap zou vinden.

De reis van beleving had hem, wellicht gepland, op schijnbaar onbekende aarde achtergelaten. Slaperige ogen betoogde over een ontwakend bewustzijn. Wat zowel onbegrensde mogelijkheden sprak als af en toe een voorzichtige twijfel naar een onwetende droom. Hij keek door het grote zwijgende glas van het oude grachtenpand naar de kleurrijke spiegeling van de waarheid. Doeltreffend bedachtzaam werd zijn hopen bevestigd. Hij zou kiezen om haar zelf te creëren, waar andere genoegen namen met de onschuldige onwetendheid van een mooie droom die enkel haar weerspiegeling was.

Hij was vierentwintig en had het leven in zijn handen.

-Bremme-


Monday, May 19, 2008

Huilende reuzen

De natrium straat verlichting voert een verloren strijd tegen de dreigende schemering. Haar warme rode gloed is duidelijk niet opgewassen tegen het machtige donker van de oprukkende nacht. Het zijn de schaduwen van mijn mede weggebruikers en de betonnen infrastructuur die de werkelijkheid bepalen. Het regent pijpen stelen en de al niet al te fortuinlijke Vlaamse autosnelweg is veranderd in een ware hindernisbaan. Mijn trouwe stalenros - uit het land van de reizende zon - kan het niet deren. Het beestje blijft almaar schreeuwen om meer, meer en nog eens meer bij de lichtste polsbeweging. Zo als het een rauwe masochistische jap betaamt, bedelt ze om mishandeld te worden. Met een beschaafde 160 op de klok stuiven we door het landschap, een landschap dat volledig gehuld is in een grote waas van rood licht en een opengebarsten wolk aan spray.

We zijn zowaar in een nieuwe dimensie beland. Het ons vertrouwde ruimte tijd continuüm heeft zich zodanig vervormd, dat de link met het bekende verloren is gegaan. Vreemd genoeg ruikt het er wel naar vochtig gras en natte koeien. Desalniettemin speelt de tijd zich wel degelijk vertraagd af en bestaat het waarneembare spectrum enkel uit haar reflectie van grijs tonen opgefleurd met wat rood, geel en wit licht.

Zonder verdere communicatie voel ik aan dat het beestje wel eens dorstig zou kunnen zijn. In het holst van de nacht arriveren we bij een verlaten drinkplaats. Mijn intuïtie had het bij het rechte eind, zestien grote slokken verder is ze voldaan. In een toevallig opgehangen lantaarn zie ik pas hoe hard het water werkelijk uit de hemel komt. Het geluid van een langs trekkende karavaan huilende reuzen geeft me een herkenbaar prettig gevoel. Dit is ons thuis, de schijnbaar verlaten prairies van de nacht.

Als een gelukkige eenzame cowboy bestijg ik mijn Japanse volbloed en geeft haar de sporen richting het einde van de horizon. Als dank voor de zojuist genoten heldere versnapering maakt ze een paar voorzichtige sprongetjes van geluk. Samen zijn we oppermachtig!, geen enkele vreemdeling zal ons hier verassen, dit is immers ons domein.
Af en toe spelen we een spelletje met een toevallige Belg of landgenoot, al is dit alles maar schijn. Want zodra we ze goed en wel op de korrel hebben is het erop en erover.

De goden strooien nog steeds rijkelijk met Engelse honden en katten terwijl in de wazige uithoeken van mijn gezichtsveld de groene bordjes voorbij druppelen. Evenals de geblokte markering en metalen vangnetten niks meer dan een ‘blurry’ optekening zonder duidelijk structuur zijn. Het eindeloze duister bepaald de koers. Spoorlijnen, viaducten, steden, bruggen en tunnels passeren ons in een flits. Bij een van de vele toevallige ondergrondse schrapen we de keel nog maar eens luid. Lekker! Het blijft bewonderenswaardig hoe een goed stukje akoestiek zo’n oer gevoel van euforie teweeg kan brengen, mits afgespeeld onder exact juiste omstandigheden.

De koude leegte maakt plaats voor de warmte van een slapende stad. Alsof we zojuist in een lauw bad gevallen zijn voelen we duidelijk de temperatuur die door de rustende kudde wordt uitgeademd. Toch is het niet enkel rust wat de klok slaat alhier. Enkele minder gelukkige reisgenoten versmallen de doorgang als een rivier bij laag water ook niet haar volle capaciteit heeft. Het maakt ook eigenlijk niet uit. Want zoals altijd weten wij de weg. Met de scherpte van een uil die reeds op vele tientallen meters zijn prooi ‘spot’ vinden we zoals altijd een mooi hazenpad erdoor of omheen.

Ik vang de typerende geur van ons tijdelijk onderkomen op, ook mijn metgezel krijgt er lucht van. Samen zetten we de laatste eindsprint in. De wereld staat stil, enkel wij bewegen ons in volle galop door een ruimte zonder tijd, maar vol van obstakels. Als een dief in de nacht bepaal ik de maat van de muziek. Van de lage ronkende tonen bij rood licht, tot de oorverdovende hoge tonen bij een paar meter vrije bestrating.

Echte liefde vergaat niet, ze zal er altijd zijn. Wellicht zal het vuur met de loop der jaren wat aan vermogen doen inboeten, toch zal ze nooit doven.

De slaap roept, een vroeg waken verteld mijn verstand. Morgen lachen we weer samen om de realiteit en als het even kan, vervormen we haar tot ze enkel nog een lachwekkende vertoning, die voor ons niet opgaat zal zijn.

-Bremme-


Friday, May 9, 2008

Moderne kluizenaars

Er vinden op dit moment eigenlijk twee totaal tegenstrijdige ontwikkelingen plaats in de moderne wereld. Enerzijds heerst er een tendens naar totale individualisering van de samenleving, drang naar eigen authenticiteit en algehele afzondering van het geheel. Anderzijds – mede gevoed door alle moderne communicatie middelen- een oneindige drang naar eenheid, verbondenheid en identificatie met elkaar.

Het is een interessante, om niet te zeggen turbulente tijd waarin wij leven. Nog nooit hadden we zoveel keuze, nog nooit was er zoveel informatie beschikbaar, nog nooit was er zoveel welvaart, nog nooit waren er zoveel verwachtingen en nog nooit was het 2008. Terwijl dit alles een fantastisch perspectief biedt, zet ze ook aan tot ontreddering. Met name voor de jong volwassenen en jeugd van deze tijd, waar ik mezelf ook toe reken. Zij die de toekomst hebben en zullen bepalen of dat eigenlijk al doen. Zij worden er heden dagen eigenlijk toe verplicht om een duidelijke keuze te maken uit het oerwoud aan diverse mogelijkheden. Over wie ze willen zijn en wat ze willen betekenen in deze wereld. Hier is zeker veel aan gelegen, maar dit zorgt echter ook voor de nodige verwarring en ‘quarterlife crises’, om maar eens een populaire term te gebruiken.

En het is hoog nodig ook! Wij, de nieuwe generatie, zullen het een en ander duidelijk over een andere boeg moeten gooien. Het is mijns inziens van vitaal belang dat wij met zijn allen een nieuw bewustzijnsperspectief ontwikkelen en een aantal van de oude opvattingen aan de kant zetten voor meer duurzame filosofieën. Zoals een goede leermeester nooit te oud of te wijs is om van zijn leerlingen te leren. Evenzo zal de wereld nooit te oud of te wijs zijn om van zijn jongeren te leren.

Een wereld bestuurd vanuit kapitalistische en egocentrische motieven zal op den duur altijd op zelf vernietiging af stevenen. Het eigenbelang is namelijk niet groter dan dat van een ander, jij en die ander zijn net zo zeer één als gescheiden. Ook staan wij als mensheid niet los van onze omgeving, maar maken er een integraal onderdeel vanuit. Een algeheel besef van deze twee fundamentele waarden zal een directe oplossing bieden voor tal van ‘problemen’ zoals de wereld die nu kent. Oorlogen, honger en criminaliteit zouden als sneeuw op een warme zomerdag wegsmelten bij dit besef. Evenals het duister van de vernietiging van onze leefomgeving resoluut plaats zal maken voor het licht van een zomerse dag, wanneer men realiseert dat er geen scheiding bestaat tussen het zelf en al wat is. Zo eenvoudig kan het zijn!

Wellicht heb je het idee dat wetenschap duidelijk ‘een ver van mijn bed show’ is. Toch is dit niet het geval, sterker nog onze totale perceptie van de realiteit wordt voor een groot deel beïnvloed door de ‘huidige’ opvattingen en theorieën. Ik gebruik hier de aanhalingstekens om dat ‘die huidige’ opvattingen eigenlijk niet eens zo recent zijn. Ik doel hier voornamelijk op het Newtoniaanse en Darwinistische gedachtegoed wat toch echt voor een groot gedeelte onze realiteit afbakent. En eigenlijk – voor een zeker gedeelte - al meer dan honderd jaar achterhaald is door de huidige wetenschap, al wordt dit nog niet op globale basis onderkend.

Het idee van een onverschillige wereld, als een gigantische machine vol met tal van radertjes en mechanisme, die alle precies de door Newton en consorten opgetekende fysica en mechanica wetten volgen. Wij daarin als ‘toevallig’ geëvalueerd en erger nog losstaand bewustzijn, waarbij het in feite ook niet uit maakt of wij er wel of niet zouden zijn.
Ondanks dat het Newtoniaanse gedachtegoed voor tal van ‘praktische zaken’ uitkomt bied. Waaronder beschrijving van beweging op macro niveau en hier ook zeker accuraat is. Ben ik toch van mening dat juist dit denken ons bruut heeft losgerukt uit het geheel van het universum. De filosofie van: alles als individueel en losstaand van elkaar geeft me een heel kil wereldbeeld. ’t Is – naar mijn mening - gewoon een onvolledige gedachte, die net zo goed meer vragen oproept als zij antwoorden geeft.

Nee, er is meer. ’t Is me inmiddels wel duidelijk dat er wel degelijk een zekere onzichtbare connectie bestaat tussen al dat wat is en al dat leeft. Er zijn legio voorbeelden te noemen waarbij mensen dezelfde gedachtes hadden, een bepaald voorgevoel of noem het voor mijn part maar intuïtie. Zoals bijvoorbeeld de sfeer en energie duidelijk voelbaar kunnen zijn te midden van een groep mensen. Ook staan er bibliotheken en kerken vol met literatuur over deze materie. Maar dat doet nu even niet ter zake.

Belangrijker is dat wij ons nu bewust worden en beginnend bij onszelf een nieuwe wereld creëren naar onze aller mooiste droom.

-Bremme-
Idealist, wereldverbeteraar en gelegenheidsfilosoof



Tuesday, April 22, 2008

De smaak van een zondag

De warmte van een zonovergoten lente dag vibreert nog lichtelijk door de avond lucht, wanneer ik op bestemming aankom. Op mijn dooie gemak stiefel ik huiswaarts door de vroege nacht. Zoals altijd verbaas ik me weer om al het moois wat zich laat aftekenen bij een willekeur aan verlichting en haar tegenwicht aan schaduw. Ook realiseer ik me, dat – om niet een idiote omweg te nemen – het einde van verschillende routes en of combinaties terug naar nummer 61 zijn einde nadert. Ik neem nog even de hoogst noodzakelijke informatie door, die me zachtjes weer de realiteit aan praat. Tenminste, de realiteit van een prestigieuze studie, die serieus genomen dient te worden verteld ze me verder.
Hardwerken wordt niet beloond, veel werken wel, zegt men weleens. Dit weekend mocht ik voor de afwisseling eens het tegenovergestelde ervaren. Mijn planningen zien er meestal als volgt uit: eerst plan ik laat zeggen drie dagen in één, vervolgens bedenk ik me dat ik hoogstwaarschijnlijk niet eens één derde van wat ik zou willen bereiken binnen de gestelde tijd zal volbrengen en prent me voorzichtig een – meer realistisch – ‘plan B’ in het hoofd. Eén prima ‘win win’ situatie is het gevolg.
Het voorbereidende werk van de afgelopen weken begon eindelijk zijn vruchten af te werpen en ik bevond me plotsklaps in een onverwacht prettige situatie waarin ik zowaar een vrije zaterdag avond en zondag had. Lekker!

Aangezien ik zelfs de vroege zaterdag ochtend al wat al te bewust had meegemaakt sla ik een – misschien wel heel vet – feestje in Utrecht af. Een rondje ‘kroeghangen’ met de ‘boys’ leek me de betere keuze in deze. Er wordt gelachen, gepraat, gezeten en gestaan, uiteraard voorzien van de nodige - welverdiende - gouden vrienden.

Een wat luidruchtige conversatie tussen jensen en de barman trek mijn aandacht.
“Hej, er moet nog wel betaald worden voor het biljard, he”
“Nou, ik wil best betalen voor het poolen, maar ik ga niet voor het biljard betalen, er staat hier niet eens een biljard”
“Gaan we bij de hand doen?” (de barman schreeuwt inmiddels)
“Nee hoor, ik wil graag betalen voor het poolen, maar ik ga niet betalen voor het biljard”

Niet veel later zie ik Jensen inclusief bier door de tent vliegen. De barman had schijnbaar zijn dag niet. Het feit dat Jensen nog steeds staat te lachen, doet de arme man al niet veel beter voelen. Het overige personeel probeert het heethoofd nog wat tot bedaren te brengen, desalniettemin lijkt het mij de hoogste tijd om huiswaarts te gaan, ’t is immers al een uur of zes.

Op het randje van slapen en waken, volgen een wirwar van gedachtes, stukjes toekomt en heden een verhaal waar de rode draad lijkt te ontbreken. De onrust slaat toe, ik moet eruit. Een lauwe cola op ’t balkon in combinatie met een verwarmend middag zonnetje geven me een aanloop naar een authentieke zondag middag.

Een middag die me de liefde en zorgeloosheid van de vele middagjes in parkjes, aan het water en terrasjes van vorige lentes/zomers doet herbeleven. Het gras is groen vandaag, wellicht nog wel groener dan aan de overkant. ‘t Niks doen gaat me vooralsnog prima af. We trappen een ‘balletje’ en liggen in de zon, alsof werkwoorden nog niet zijn bedacht. Onwaarschijnlijk wat die paar graden in temperatuur voor verschuiving in het straatbeeld en algehele ‘mood’ van mensen teweeg brengt. Al zou dat naar mijn idee niet zo hoeven zijn. Elk jaargetijde, dag, week, maand heeft zijn eigen cadeautjes en charmes, je moet er alleen een beetje oog voor hebben.

Kloek, de eerste kroonkurken worden gelicht. Zondag middag voetbal, niet helemaal mijn ding, toch schijnt ’t wel belangrijk te zijn allemaal!? Ach, ’t is gezellig en ik zit hier op zich ook wel prima. Alhoewel, ik toch delen van de toespraak die mijn verstand op de achtergrond voert op begin te vangen. Mijn verstand, dat zich al weer uren, zo niet dagen van hier in de toekomst bevindt.

“Elf minuten, gaan we dat nog halen?”
“Ik ga mijn best doen!”
Ploppie geeft ’t fijne, rode, hippe bakkie de sporen. Toch hebben die duisers ’t eigenlijk niet eens zo slecht gedaan. Tenminste, ik mag zomaar een flashback aan ’t oorspronkelijke Britse origineel voorbij zien flitsen. In tegenstelling waar andere het origineel zodanig ‘verkrachte’ totdat er niks dan een slap aftreksel overbleef. Kunnen ze toch nog iets, flauw hoor.

We arriveren precies gelijk aan de trein op het station. Vanaf het dichtslaan van het portier zet ik met maximale versnelling koers richting 3b. Mijn reeds geperfectioneerde ‘traplooptechniek’ van drie tot vier treden per stap bewijzen duidelijk hun voordeel. Ik moet mijn bijnaam tenslotte wel in ere houden. (Bremse langbeen)

Ondanks de overvolle trein, is het rust en vrede dat er heerst. Een schril contrast met een drukke ‘ochtendspits trein’. Een oudere dame aait haar kat, die ze voor de gelegenheid maar even op schoot genomen heeft. Ik poog nog wat te lezen aangezien er een verse rails op het tafeltje ligt. Helaas, mijn ogen vinden het wel weer mooi geweest voor vandaag. Rust is wat er rest. Ik mijmer en filosofeer een beetje over wat was, wat is en wat nog zal komen. Een perfecte mix van zondagse muziekjes bereiken mijn gehoord via de ‘headphones’. Neil Young, Jonnny Cash, Fleetwood Mac, Pink Floyd, Postal Service en meer geschikte ‘music for the moment’ wisselen elkaar af.

Ik proef die typische smaak van een zondag, de beleving, ervaring van het weekend, de mensen, de feesten, de rust en activiteiten nog vers op het netvlies worden in een eindeloze stroom vermengd met gedachtes van het waarom, het zijn van nu, straks en later.

Ik zou ze niet willen missen, die eindeloze verleidende prikkelingen van zintuiglijk genot wat zich een zondag noemt.

-Bremme-



Tuesday, March 25, 2008

Mysterieus toevallig

Het uurwerk aan de wand vertelt een verhaal van bijna 3 uur in de nacht. Wat een reis wat een avonturen. Wat een coole party was dit dan! Ik neem het er nog even van aangezien een ruime week van eenzame opsluiting voor de boeg staat.

30 kleine buttons, 2 maal 15 neon armbanden/kettingen, één stoffen pluche bloem, twee stokken speelkaarten, een of ander glitter goedje, een stuk of 30 licht gevende sterren (ja, in het donker ja) en o ja, Plak Tattoos. Wat de FUCK moet ik met al deze zooi!? Het ‘kassa meisje’ zag me al aankomen bij de plaatselijke ‘dollar store’, proest. Alhoewel ik nog geen idee heb wat mijn mysterieuze ‘Alice in het land der mysteries outfit’ zal worden. En of de zojuist aangeschafte prullaria van enige toegevoegde waarde zullen blijken. De genoten voorpret maakt het eigenlijk al de moeite waard. Als een klein kind, wat zojuist z’n verjaardagscadeautje heeft mogen uitpakken, loop ik met een grote grijns door het kloppend hart van deze oude studentikoze nederzetting. Dit lijkt misschien maar een niks zeggend voorbeeld. Toch zijn dit wel momenten die er toe doen, zomaar even uit de routine stappen en daarmee in het moment, al was het maar van korte duur. Gewoon de prachtige idioterie beleven van een - niet met voorbedachte raden opgezette - impuls aankoop.

Mooi, mijn trein arriveert lekker op schema, nog even een sigaretje roken dan maar. “Hej Yunes, wat een toeval man, onwaarschijnlijk! Hoe is ’t met u?” Nog voordat ik het goed en wel in de gaten heb zit ik met drie zingende en gitaarspelende ‘zotte Belgen’ in de trein, ‘t moet niet veel gekker worden, de rest van de coupe lijkt dezelfde mening te zijn toebedeeld. Vervolgens wordt er een spelletje gespeeld: de president, de burgemeester, de flik en de slet, (wat dit dan ook moge betekenen) om de tijd tot onze volgende tussenstop wat te doden. Ik ga nog even langs mijn pa. “Tot subiet!”

Het verlaten perron, de vooralsnog laatste trein richting Arnhem vertrekt, een kleine massa spoed zich huiswaarts door het halfduister, dit moet het eindpunt zijn denkt hij. Elk stukje is bekend, elk stukje heeft zijn eigen verhaal en associaties, maar toch is niks meer hetzelfde als toen.

De te overbruggen afstand bedraagt niet meer dan, laat zeggen, één zesde uur, het verhaal is vele jaren langer. De korte wandeling voelt zo als vaker aan als een reis door de tijd, verleden en toekomst versmelten in het hier en nu, terwijl het bochtige weggetjes de koers bepaalt. De stilte is prettig.

Die villa hebben ze echt mooi opgeknapt. Het wegsnoeien van de heg geeft het pand zo veel meer allure. Even omkijken, de kust is veilig, en verder aan de overkant. Langs de bejaarden, het leuke groene autootje, die ‘über geile amerikaan’, door het straatje met de leuke kleine huisjes waar de combinatie van het straatlicht en de bomen altijd een mysterieuze indruk achter laten. Een man – die toevallig de hond uitlaat – groet vriendelijk, ik knik vriendelijk terug. Ik vraag me af of Tiel eigenlijk wel een eigen identiteit heeft? Wat die dan zou zijn? Zijn er überhaupt mensen die trots zijn op deze stad? Of is het meer een toevallig bij elkaar geveegd zootje van verdwaalde fruittelers, gestrande kooplieden, een mengelmoesje van multicult[h]ilariteit en een steeds groter wordende groep yuppen en tweeverdieners aan de randen van de stad? Toch is er wel degelijk een verbond, deze grond heeft een zeker aandeel in mijn verleden, mijn ervaringen en daarmee in mij. Overwinningen zijn hier gevierd, verlies is genomen.

Aan het einde van het smalle straatje, aan de overkant van de grote weg, prijkt reeds een gigantisch bord van een projectontwikkelaar. Het einde is inzicht, zo voelt het tenminste. Hoe vaak zou hij deze tocht nog maken en wat zal er gebeuren als de GBGW straks niet meer is? Het einde van een tijdperk misschien, of is dit verbond niet verbonden aan plaatst dan wel tijd, zal het er altijd zijn?

Zullen de vriendschappen en herinneringen aan de horizon verdwijnen, zoals de bezoekers van de vele feestjes zich huiswaarts begaven op de vroege ochtend dan wel middag, weg van hier, weg van deze vergeten Betuwse vestiging. Iets in mij zegt me dat het niet zo zal gaan, dat deze vriendschappen er altijd zullen zijn. Sommige van ons zullen misschien een ander pad kiezen, anderen zullen dezelfde weg bewandelen. Toch zullen we allemaal in hetzelfde bos lopen en, al naar gelang elkaars pad kruizen, dezelfde koers volgen en elkaar de weg wijzen naar de mooiste plekjes van het bos.

Maar daar waren we nog niet.

Sinds de eerste voorzichtige aankondiging werden de plannen gesmeed, de koppen bij elkaar gestoken om deze onvergetelijke nachtelijke samenzwering in kaart te brengen. Er werd geen middel geschuwd om – onder het mom van, leuke mensen maken een nog leuker feest – te verkondigen wat er op touw stond.
Dat dit feest de parel zelf zou zijn ‘and beyond’.

De vlaggen hangen uit en er staat iets dat op een kleine rij lijkt voor de deur te wachten, al doet dit alles niet vermoeden dat er zich binnen de muren van deze ruïne een complete ‘fantasy wereld’ bevindt. Ik word gegrepen door een atmosfeer van de meest fantasievolle figuren evenals de kleuren van de te pas en te onpas opgehangen verlichting en muur kunst vertoningen. Mijn creatieve uitspatting, die me de afgelopen week een groot gedeelte van mijn nachtrust en studie motivatie heeft ontnomen, wordt met verbazing en grote blijdschap ontvangen. Een schot in de roos, precies zo als het bedoeld was, fijn! Ik groet hier en daar wat mensen en zet koers richting een koude alcoholische versnapering. Kloek, op een mooi feestje dan maar.

Was het een mysterieuze toevalligheid, of was het mysterieus toevallig? Als je terug gaat naar de bron zul je ontdekken dat zulks als toeval niet waar kan zijn. Dat alle leuke mensen die je hier ontmoette of weer eens sprak, alle dol dwaze zotheid aan een touwtje, alle meevoerende tonen van hoog tot laag op de beat of uit de drums zich precies volgens plan aan het oog van u, u als toeschouwer voltrokken. ’t Plan – zoals ik het nu maar even noem - hadden we reeds samen opgesteld. Maar goed, dit wordt misschien al wat te filosofisch, daar zal ik in een ander verhaal op terug moeten komen, nu terug naar de totale zotheid van dit onvergetelijke tweemaal dubbel uitgevoerd verjaringslustrum.

Ondanks mijn verwoede inspanningen word ik niet als zodanig herkend, waar ik dan ook wel weer in kan komen. Mijn knal groene handdoek cape en kinky masker of zonnebril neigen meer naar een of andere geflipte superheld dan iets dat op een
hartenkoning lijkt. Vooruit, de poging was goed.

Onze Poolse vrienden - voor de gelegenheid speciaal overgevlogen uit Warschau - bijten de spits af. Opwarmende beats en een vette gouden zonnebril voorzien van dito lach geven een scherpe voorzet naar de ongekende hoogte die deze party niet veel later zal bereiken.

Er gaan geruchten dat de ingeslagen voorraad van onze goudgele gefleste vrienden tegen zijn einde loopt. Gelukkig weet de organisatie deze kleine mis calculatie enigszins te herstellen door voor nog een tiental extra kratten te zorgen. Wie verzint het nou dat er voor 2 uur al 912 flesjes soldaat gemaakt zouden worden.

Was het de tovenaar, het mooie bloemen meisje of toch de machtige energie van een nacht bij volle maan wat het feest in een betoverende wereld veranderde? Er wordt met en zonder woorden gecommuniceerd. Terwijl de voetjes - al was het met gepaste voorzichtigheid - van de vloer gaan. De wet van de aantrekking doet zijn werk, het gelijke zal het gelijke aantrekken. Misschien zit ik niet helemaal op dezelfde golflengte, ach de nacht is nog lang.

Een wirwar van indrukken passeren de revue. Tovenaars, keizers, koningen, prinsen en prinsesjes, elfjes, hoge hoeden, maskers, brillen, gekleurde haar- en hoofdversieringen, freaks (ja, ’t waren er veel), gespuis, Elvis (the one and only), farao’s, konijntjes en hazen (sommige wat lafjes), een overvol blik amazones, zelfs roodkapje zie ik lopen, het opperhoofd is ook present, een gast met een badjas (ik ben z’n werkelijke bedoeling even kwijt), catwoman, een uitbundige reus met helm, strakke snor en bijbehorende zonnebril en meer niet nader te definiëren creaties.

“Verstaat u mij!?” Na de eerste paar zinnen is onze Vlaamse vriend al goed op stoom. “Hej dj, drop den beat, maar wel een beetje zachtjes als ge wilt.” De totale beleving van het moment en wat hier aan vooraf ging wordt op volle snelheid op het inmiddels mee ‘bounzende’ publiek afgevuurd. Het spel eindigt met zijn interpretatie van ‘leipe shit ouwe’, prachtig!, een Belg die over een stukje plat Amsterdamse cult flowt.

Ondanks dat het huis op deze avond meerdere de moeite waard zijnde vertrekken omvat, bevind ik me toch voornamelijk in de ‘grote zaal’ also known as Ara’s en Sanne’s huiskamers. De sfeer is super, mede te danken aan de geweldige dj’s die er op de line up staan. Als ik eenmaal de smaak goed en wel te pakken heb, is het einde echt zoek.

Mijn meegebrachte buttons en neon armbanden vinden gretig aftrek, mm ik had er veel meer mee moeten nemen. Desalniettemin, het gewenste effect mag er zijn, waar ik ook kijk overal zie ik wel mensen met neon licht, nice.

Al dansend verstrijken de kleine uurtjes van deze paaselijke zondag. Op het podium wordt het me wat al te heet onder de voeten, ik zoek dekking. Wat voorzichtige shuffle moves worden aan het recept toegevoegd, wat me mijns inziens niet eens zo slecht af gaat. Dance on baby!

Ik word wakker op een - eigenlijk wel iets te kleine - bank en kom er achter dat ik toch wel echt in slaap gevallen moet zijn. Aan de geluiden die me tegemoet komen maak ik op dat ik niet de enige ben die het vroege middag licht mag ervaren. Mijn droge mond en lichtelijk prikkende ogen fluisteren me naar een glas water toe. Mmm een ‘echt’ bed, toch nog maar even een oogje dicht doen dan. Sssttt.

De keuken heeft wat weg van een drink- en voederplaats die zojuist door een kudde dronken en hongerige bizons bestormd is. De rest van het huis is er al niet veel beter aan toe. Aan mij en de rest van het achtergebleven hoopje feest- en grapjurken de schone taak om dit slagveld op te kalavaterren. Wat beslist niet meevalt met een kop als een kanonschot, daarbij te bedenken dat alle joligheid van de afgelopen nacht nog vers in het geheugen zat en ik bij het minste of geringste compleet de slappe lach krijg, wat mijn arme hoofd ook niet veel goed doet. Terwijl ’t grootste feestvarken nog maar even een paar extra vouwen in ‘t gezicht slaapt loop ik met een dweil in de rondte te vegen ten gunste van een schoner vertrek van eerder genoemde.

Nu het meeste puin geruimd is het tijd voor het betere ‘lamme sleep- en hangwerk’. Een verkwikkend bakkie cafeïne en een broodje kaas doen me al wat meer mens voelen. De buit wordt verdeeld, een memorabel gebeuren allemaal, het is me wel duidelijk dat nog niet iedereen op volle snelheid is. Ara’s gezicht spreekt boekdelen, nadat hij eerst het grootste gedeelte krijgt toebedeeld om het vervolgens weer tot op het laatste stukje edelmetaal te moeten afstaan. Als een uitgerold tapijt lig ik op de grond en probeer niet al te hard te lachen om de serieuze aard van het schouwspel niet al teveel te ondermijnen.

Het opperhoofd deelt mijn mening dat het wulpse dans gedrag van een zeker aantal amazones toch echt te ver ging. “Volgens mij doen ze het gewoon expres.” Een bewonderenswaardig uitgevoerde imitatie van een van hen doet me bijna van mijn stoel vallen van het lachen. De stemming wordt nog wat verder opgeschroefd bij het aanschouwen van de eerst ‘party pics’. Een prima ‘hangdag’ is mijn deel.

Lekker gedenkwaardig zo’n feestje.

-Bremme-



Friday, March 21, 2008

Speedfreaks!

Wat is het toch dat ‘deze mensen’ behelst? Als maar opzoek naar, door de ogen van anderen, onnodig gevaar, snelheid, een bepaalde kick, die o zo lekker adrenaline stoot.

De naald van de toerentellen richting de 13.000 rpm, een geweldige snerp uit de uitlaat, een versnelling die je het licht uit de ogen doet verdwijnen. Precies het juiste rempunt vinden, lekker agressief aanremmen, gelijktijdig met enkele ferme tikken, liefst voorzien van een goede dot tussengas, de bak een paar verzetjes lager dirigeren en daarmee de vier zuigers een toontje hoger laten zingen, één bil van het zadel, knietje naar buiten, en koers zetten richting de apex van de bocht terwijl je de grassprietjes aan de binnenkant telt. En als het even kan met een voorzichtig liftend voorwieltje uit accelereren. Fantastisch!

Al vanaf dat ik mijn eerste stapjes zette alhier had ik ‘het’ te pakken. Als klein mannetje van een jaar of drie vier deinsde ik er niet voor terug om in de hoogste bomen te klimmen, met losse handen op mijn zojuist verkregen BMX te experimenteren, altijd net dat beetje verder, sneller, hoger dan een ander. Maar altijd met volle aandacht, bedachtzaam en gecontroleerd. Later vroeg ik mijn moeder wel eens of ze nooit bang geweest was dat mij iets zou overkomen. ‘Een beetje angstig soms wel’: zei ze, zoals het een beschermend moeder gevoel betaamt, maar je deed en doet de dingen altijd met een zodanige overtuiging en aandacht dat ik me er nooit zorgen om gemaakt heb dat je over je grenzen heen zou gaan.

Zomaar een vrije zondag middag, die je ook prima kan besteden aan een beetje bankhangen, een boekje lezen of een wandeling maken. Niet dat ik dat nooit doe, maar eens in de zoveel tijd voel ik toch die behoefte om me even lekker ‘uit te leven’. ‘Verstand op nul’ wordt wel eens gezegd en dat dekt de lading eigenlijk ook wel vrij aardig. Behalve dan dat deze uitspraak de neiging heeft onbezonnenheid ermee te associëren. Daar ben ik het dan weer niet mee eens, integendeel zelfs, of tenminste in mijn geval heb ik juist het gevoel dat ik volledig aanwezig ben tijdens mijn laagvliegende avonturen.

Zoals mijn vriend Aragorn reeds eerder sprak; ‘zodra je die helm op zet ben je een ander persoon, weg principes, weg verantwoordelijkheidsgevoel (zo lijkt het tenminste) en aanschouw ‘the devil himself’’. (in dit geval ging het over een andere trouw lid van het ‘gilde der stalen rossen’ namelijk; Rodolphe aka ‘der snoedel’). De limiet, dat is waar het om gaat en er dan zo dicht mogelijk bij in de buurt komen.

Foei Bremme, wordt toch eens volwassen, denk ik dan weleens. Wanneer zal ik genoeg rust in mezelf vinden om deze totale gekte niet meer nodig te hebben? Ooit, op een goede dag zal ik mijn racelaarzen aan de wilgen hangen en een mooie Harley-Davidson aanschaffen en enkel nog suffe doch stoere ritjes over de boulevards maken, denk ik dan. Tot die tijd is ‘the sky the limit’.

Omdat ik mezelf onder bovengenoemde ‘groep mensen’ (speedfreaks) schaar, leek het me interessant om eens op onderzoek uit te gaan. Enigszins ‘getriggerd’ door een zeker boek wat ik onlangs gelezen heb ging ik aan de slag.

Eindelijk snapte ik waar het om ging en kon ik mezelf ermee identificeren.

Ik zal een en ander even inleiden, aangezien dit misschien wat onduidelijk over doet komen. Stel dat ons idee van tijd een hersenspinsel is van het verstand. Dat je enkel totale eenheid en vreugde kan ervaren buiten dit zogenoemde ‘idee’, namelijk in het (eeuwige) moment, wat door het eerder genoemde verstand stellig ontkend wordt. Ik weet dat dit misschien wat al te kort door de bocht is, het gaat hier dan ook niet om een dieper inzicht in de hierboven genoemde theorie maar om een korte voorstelling.

Misschien kan je bij jezelf eens nagaan, wat de momenten waren waarin je totale vreugde mocht ervaren? Ik denk dat als je hier goed over nadenkt dat je zult ontdekken dat dit momenten waren waarin je met algehele aandacht aanwezig was in het moment zelf. De eerste kus met je vriendinnetje/vriendje, een al dan niet zwaar bevochten overwinning, of misschien wel een prachtig inzicht in jezelf of de wereld om je heen, intrigerende woorden bij het licht van een kampvuurtje, betoverende schoonheid gevangen in een flits, en ja, misschien ook wel (lichtelijk) gedrogeerde momenten waarin het verstand wat minder grip op de zaak kreeg, en haar fundament van tijd opgedeeld in verleden en toekomst liet varen.

Ik denk dat hierin weleens mijn ‘drive’ voor dergelijke strapatsen gevonden kan zijn. Immers op het randje van kunnen, van mens en machine kun je het gewoon niet permitteren om een fractie van een seconde niet volledig aanwezig te zijn. Tweehonderd plus kilometers per uur betekend wel vijftig plus meters per seconde (Ja, ik blijf een – al was het een toekomstig – ingenieur) en dan staat die ene fractie ineens voor een afstand van enkele tientallen meters, die wel degelijk van belang zijn, aangezien de weg een vooraf opgestelde koers volgt waarmee je, om niet tot motorcrosser of buikschuiver te degraderen, rekening dient te houden.

Is dit alles nou goed of slecht? Weetje, ik denk niet dat zoiets feitelijk bestaat. Zo als met meer dingen, het gaat erom waar je heen wilt, wie je wilt zijn. Al naar gelang die keuze is het misschien minder praktisch om een bepaalde richting te kiezen. Als je zin in een kopje koffie hebt, en je schenkt wat jus d’orange in, ervaar je misschien niet helemaal de beleving waar je naar op zoek was. Dat maakt een glas jus d’orange toch niet slecht? Alleen minder handig om te ervaren waar je naar op zoek was. En zo is het ook in deze. Vooralsnog beleef ik er veel plezier aan om de grenzen van mijn kunnen af te tasten en in volledige concentratie op zoek te gaan naar ‘deze’ beleving van het moment. Tot dit op een dag niet meer zo is.


-Bremme-


Mijn verveling tegemoet


Vervelen, dat lijkt me ook wel wat. Volgens mij is het best leuk! Zou alleen niet weten waar te beginnen. Vervelen is één van die dingen waar ik wel vaker mensen over hoor, maar me eigenlijk totaal geen voorstelling van kan maken. Hoe pak je zoiets nou goed aan? Volgens mij, of in ieder geval dat heb ik van horen zeggen, kan je het prima in je eentje doen. Alhoewel, een schijnbaar saaie aangelegenheid zich ook prima doet lenen. De kunst is volgens mij, om niks te doen en zo één twee drie ook niks te weten wat je zou kunnen ondernemen, en je dan hieraan proberen te storen!? Dat is ongeveer zover als mijn voorstellingsvermogen reikt in deze.

Vervelen lijkt mij te zijn afgeleid van vervelend of iets dergelijks. Dat dan weer impliceert dat het niet leuk zou zijn. Vreemd, het klinkt me anders vooralsnog als een prima tijdsbesteding - op z’n tijd - in de oren. Misschien is het vervelen an sich ook wel prima, maar is het meer de manier waarop je het beleefd? Het lijkt er ook op dat mensen die zich zo nu en dan eens vervelen dit ook ongepland doen, alsof het ze gewoon overkomt. Ik kan me zo voorstellen dat wanneer je het niet uit vrije wil ervaart, het je misschien wat meer moeite kost om er plezier aan te beleven, dan wanneer je er bewust voor kiest om je eens lekker te gaan vervelen. Maar goed.

Laat ik nog even verder ingaan op het idee van; dat je jezelf eraan zou moeten storen. Na er zoëven over nagedacht te hebben lijkt mij dit overduidelijk de ‘boosdoener’ te zijn van het feit; dat het een minder aangename ervaring met zich mee zou kunnen brengen. Het verlangen naar iets wat je op voorhand al uitgesloten hebt legt je geest immers in een mentale verwikkeling. Mijns inziens zijn er eigenlijk maar twee ‘handige’ keuzes namelijk; enerzijds aanvaard een situatie zo als hij is en anderzijds verander deze, indien je die mogelijkheid hebt. Al het andere is totaal mesjokke, maar dit terzijde. Dit betekent dus dat je er enkel plezier aan kunt beleven als je voor de verveling zelf kiest en niet voor wat het niet is.

Je kan het ook zo bekijken, het is op zich een hele kunst om niks te doen laat staan aan niks te denken. Wat ook beide zeker zijn waarde heeft, die misschien door een hoop mensen over het hoofd gezien wordt. En als je vervelen dan definieert als een tijd van niks doen en enkel te zijn, wat we voor het gemak ook maar even onder niks doen verstaan. Dan is het eigenlijk wel een hele prestatie.

Zoals ik in meer dingen ze graag tot een inzicht of in ieder geval een positieve les maak, staat deze definitie me ook wel aan. Verveling als een bijzondere prestatie in plaats van een vervelende toevallige gebeurtenis. En waar een meer algemene omschrijving iets in de geest van nutteloos tijdverdrijf omschrijft zie ik het meer als een zeker talent.

Aangemoedigd door de vele onder ons die dit 'talent' reeds bezitten heb ook ik vandaag een poging gedaan tot vervelen. Aangezien ik nog totaal onervaren ben op dit gebied, dacht ik, ik moet het grondig aanpakken wil het enige kans van slagen hebben. Om te beginnen moet ik in mijn situatie vooral niet thuis zijn, omdat ik hier veels te veel zaken heb die ik zou kunnen ondernemen. Stedelijke bebouwing vormen ook een potentieel gevaar, vanwege allerlei diensten en vormen van amusement die ze aanbieden redeneerde ik. De beste plek, zou dus een plek zijn van zo veel mogelijk niks. Dat leek me dan ook wel weer logisch, aangezien je er namelijk ook niks zou gaan doen. Ook zou ik er voor moeten zorgen dat ik genoeg eten en drinken bij me zou hebben om ook niet door een primaire levensbehoefte te worden afgeleid van mijn intentie.

En zo geschiedde. Vol goede moed ging ik op weg – met enkel de hoogst noodzakelijke kostbaarheden - mijn verveling tegemoet. Eenmaal op locatie aangekomen, beviel het me eigenlijk gelijk al. Mijn vermoede dat in het schijnbare niks van de verveling een prettige beleving van grote waarde schuil ging was hiermee bevestigd. Na een zeker aantal uren te hebben rondgehangen op mijn zojuist gedoopte ‘verveel locatie’ leek mij dit voldoende om mijn eerste verveel poging als een succesvol experiment te bestempelen.


-Bremme-


Tuesday, March 11, 2008

Wat een leven

Gasten zonder grenzen, Wat een leven!

Een samensmelting van euforie, wat een energie, de crowd gaat helemaal los op de laatste beats van Jake. De lichten, wat een kleuren, de beat maakt ons allen één. Één met de muziek, met elkaar, en de vibe, hier zijn geen woorden voor.

Mijn ‘partner in crime’ para Aras, beklimt de hoogste berg die hij kan vinden en beantwoord elke creatie uit Jake’s handen met een onnavolgbare shuffle. Op deze hoogte wordt het spel gespeeld, en wat een spel. Een spel tussen de ‘man at the decks’, zijn achterban op het podium – ik ben één van hen -, Aras op eenzame hoogte en een uitzinnige massa at ‘ground level’ onder het dak van deze prachtige zonnetempel. Mijn verstand staakt tijdelijk haar eeuwige strijd op zoek naar tijd en logica. ’t Moment is wat er rest, zonder begin en zonder eind, wat een leven!

Zestien grote zwembanden in een klein rechthoekig kamertje. De eerste paar uurtjes zitten erop, ik begin al aardig in de stemming te raken, lekker. Nielle, Laintje en Gaddiëlle zitten zich comfortabel op de organisatorische hersenspinsels wat voor zitmeubilair moet doorgaan. Plof, ook Livia vindt een prettig zetel. Ontspannen conversaties volgen. Flits, overal muggen, zoemmmm zzzzoemm, Jonny probeerd uit alle macht deze parasieten van zich af te houden dan wel te verdrijven. Maar dat blijkt het plan niet te zijn. Flits, Zwemmen, roepen Olly en zijn broer, misschien zeiden ze dat niet eens. Toch was dat wel de eerste associatie, terwijl ze lachend inclusief zwemband om hun middel in het kleine kamertje staan.

"Ik kom van een andere planeet hier ver vandaan, en op een dag zal ik weer terug keren naar waarvan ik kom. Ik kan niet wachten tot ik weer die vrijheid zal ervaren van verplaatsing over miljoenen lichtjaren enkel bij één gedacht."
Dat is wel een stuk praktischer inderdaad.

Waar the fuck is para? Wat fiets geleend, is ie wel helemaal goed?
‘What happend to you man’, je ziet eruit als een verzopen kat, gek. Ja, dacht ga toch nog even bij Benny langs, maar bedacht me na vijf minuten dat het eigenlijk wel regende op zich en een jas misschien ook wel een idee geweest was. Proest, Ara je bent een aap.

Hej, kan je misschien wat voor me doen? Tuurlijk geen probleem, waar kan ik je mee van dienst zijn. Oke, kan je misschien typen; ‘waar ben je’? Alsjeblieft! Dankje, door jouw heb ik vanavond misschien nog sex. (Joh, wat de fuck, die gast ziet ze echt vliegen. )
I think you have some partying to do buddy, enjoy.

Waar houd creatie op en begint leven? Enigszins verbaasd door de onverwachte diepgang, haak ik in op het gesprek. Ik denk niet dat je leven kan creëren, al hoewel het zeker een interessante vraag is. Wat is dan het verschil tussen, door mensen handen gecreëerd bewustzijn en bewustzijn zo als wij dat kennen of zo als dieren dat ervaren? De toon is gezet, niet gedacht dat ik hier nog mensen tegen het lijf zou lopen met talenten en interesse van dit kaliber. Wil je misschien een massage? Vindt je dat leuk dan? Ja hoor, ik doe het graag. Als ik nou een vorm van kunstmatige intelligentie creëer, dan mag jij een mechanische vorm ontwerpen om dit ‘nieuwe’ bewustzijn stoffelijk te maken. Deal!

‘t Dak gaat er nu echt af! Het onwennige gevoel van de eerste middag uurtjes is in geen trappengat of barkruk meer te bekennen. Trefzeker laat ik me meevoeren op het spectrum aan geluiden uit de speakers. De muziek en ik zijn niet langer van elkaar gescheiden evenals de mensen, ze hebben elkaar gevonden en elkaar onvoorwaardelijk de liefde verklaard. De hele set-up zo als hij zich op dit moment af speelt, geeft me een oneindig gevoel van vrijheid. De dansende en lachende mensen om me heen bevestigen dat ook zei dit zelfde gevoel zijn toebedeeld.

We zitten helemaal achter in de bus op een klein bankje wat doorgaans voor opstapje doorgaat, naar het hoger gelegen meubilair.
Mijn ‘state of mind at the moment’ is; best wel ‘easy going’, moe maar voldaan na een prachtig feessie. Een aantal lotgenoten doen een poging tot een kleine afterparty in de vorm van wat softe beats uit een telefoon speaker.
Wat binnen de muren van de tempel niet van de grond kwam, speelt zich nu plotsklaps ongedwongen af. Woorden en vragen vervult van interesse, een vleugje humor op z’n tijd en respect worden gedeeld.
‘Ik vond het erg gezellig,zie je de 22ste’. Ja, ik ben erbij. Fijne avond nog.

Zzzoemmm, o ja, trein, trein, nice heb nog een fatsoenlijke verbinding ook.

In tijden niet zo’n vet feestje meegemaakt, mijn dank is groot!

Quote: ‘De waarden die we willen vertegenwoordigen zijn die waarden die volgens ons de basis vormen van de oorspronkelijke House: liefde, plezier, respect en eenheid.’

-De Gasten-


I rest my case.